DRIES VAN AGT

Geplaatst op 1 januari 2005 door Klaas Kornaat en Reinard Maarleveld
Binnen het CDA groeide Van Agt uit tot onbetwist leider. Reeds eerder had hij opgeroepen tot een "ethisch reveil", krachtig herstel van christelijke waarden en normen in de samenleving.

Met u, dames en heren van de pers, heb ik steeds in een merkwaardige haat-liefde verhouding geleefd, een clair-obscur dat straks in de herinnering zal vervagen als het veelkleurige loofbos onder de melancholieke nevels van de herfst.

Met deze even barokke als karakteristieke slotzin nam Dries Van Agt op 13 oktober 1982 afscheid van de Nederlandse politiek. Hij was bijna vijf jaar minister-president geweest en daarvoor zes jaar minister van justitie. Een eendagsvlieg eigenlijk, die reïncarneerde in een resistent reptiel, zo merkte hij in 1980 over zichzelf op (Tromp, 201). Met de laatste kwalificatie verwees de premier vooral naar zijn impopulariteit in linkse kringen.

Tegenstellingen rond van Agt
Zelden zijn de meningen over een politicus sterker verdeeld geweest dan over Dries Van Agt. Door velen werd hij beschouwd als de fakkeldrager voor waarden en normen in onze samenleving. Zijn aanhangers zagen in hem een slimme vertegenwoordiger van de zwijgende meerderheid, tegenpool van de bemoeizuchtige heren in Den Haag die alles voor de burger wilden regelen. Zijn tegenstanders ontwikkelden een grondige haat tegen zijn pose van kruisridder voor het fatsoen. Zij ergerden zich aan elke ouderwets geformuleerde zin en zagen in zijn publiek optreden niets anders dan een schijnvertoning om een gebrek aan interesse en kennis te verbergen.

De scherpe tegenstellingen rond de figuur Van Agt werden niet in de laatste plaats gestimuleerd door de hoofdpersoon zelf. Wanneer er gewichtige politieke zaken op het programma stonden ging hij fietsen met Joop Zoetemelk. Toen de kabinetsformatie van 1981 bijna geslaagd was, meldde hij zich ziek en probeerde hij, uit persoonlijke overwegingen, de zaak te laten stuklopen. Kortom: wanneer het spannend werd deed hij er alles aan om een hoofdrol te vervullen en zijn publiek, voor- en tegenstanders, te bespelen.

Het berekenend en intuïtief volgen van het eigen belang en dat van het CDA, in die volgorde, kon niet anders dan hevig botsen met de stijl van rasbestuurder en PvdA-leider Joop Den Uyl. Bij meerdere gelegenheden heeft Van Agt toegegeven dat veel van zijn handelen een reactie vormde op het solistische optreden van de zwoegende politicus Den Uyl. Het lijkt erop dat het landsbestuur in de jaren 1973-1982 in het teken heeft gestaan van de persoonlijke rivaliteit tussen Den Uyl en Van Agt.

Andreas Antonius Maria (Dries) Van Agt werd geboren op 2 februari 1931 in Geldrop als zoon van een textielhandelaar. Dries groeide op in een provinciaal, beschermd en uitermate katholiek milieu (Tromp, 10). Na de middelbare school studeerde Van Agt rechten in Nijmegen. Tijdens zijn studie leerde hij Fons van der Stee kennen. Van der Stee herinnerde zich dat Van Agt erin slaagde het Nijmeegse Studentencorps open te stellen voor vrouwen: Van Agt was de eerste feminist in dit land (Tromp, 11).

Na zijn cum laude afgeronde studie was Van Agt werkzaam bij het ministerie van landbouw en visserij (van 1957 tot 1963) en bij het ministerie van justitie (van 1963 tot 1968). In 1968 werd hij benoemd tot hoogleraar strafrecht aan de universiteit van Nijmegen, maar al in 1971 kwam er een einde aan zijn academische loopbaan toen hij gevraagd werd (als minister van justitie) voor het kabinet Biesheuvel. Deze overstap werd vooral mogelijk gemaakt doordat informateur Piet Steenkamp (de latere vader van het CDA) Van Agt als kandidaat naar voren schoof.

Steenkamp had Van Agt in 1969 leren kennen via KVP partijvoorzitter Fons van der Stee. Na de geslaagde formatie ging Steenkamp op vakantie naar de Canarische eilanden, alwaar hij een telegram ontving van zijn protégé en kersverse minister Dries Van Agt:

Mijn vriend en politieke Heiland
vaar wel naar uw Canarisch eiland.


Conflicten met de Kamer
In 1972 kwam Van Agt in conflict met de Tweede Kamer over de voorgenomen gratieverlening van de regering aan de zogenaamde Drie van Breda (de Duitse oorlogsmisdadigers Fischer, Kotälla en Aus der Fünten die in Breda die "levenslang hadden gekregen). Dit conflict was de eerste uit een reeks heftige en vaak emotionele botsingen met de Tweede Kamer.

Als minister van justitie in het kabinet Den Uyl (1973 - 1977) trachtte hij twee maal tevergeefs de abortuskliniek Bloemenhove te sluiten (1974 en 1976). Elke andere minister zou zijn afgetreden, zo niet Van Agt. Zo bevestigde hij het imago van wereldvreemde dwarsligger òf nobele strijder voor de waarden in onze samenleving. In november 1974 was de Kamer hevig verontwaardigd toen de van oorlogsmisdaden verdachte Pieter Menten zijn arrestatie wist te voorkomen door de wijk te nemen naar Zwitserland (waar hij overigens alsnog opgepakt werd). Van Agt ging diep door het stof, maar bleef opnieuw aan als minister: ik besef heel wel in welke hulpeloze positie ik thans voor u (de Kamer) sta. Ik vraag uw begrip daarvoor in volle ernst.

 

hspace=0

In het kabinet Den Uyl was Van Agt tevens vice-premier. Aanvankelijk gaf hij, bewust of onbewust, de indruk een politieke lichtgewicht te zijn die slechts bij toeval was aangeschoven aan de regeringstafel. Het lijkt aannemelijk dat in de eerste weken de grondslag werd gelegd voor de latere tweestrijd met Den Uyl.

De minister-president en andere ervaren collegas namen Van Agt niet serieus en in verschillende belangrijke kwesties stond hij alleen. Hij moet zich toen hebben voorgenomen ooit de rollen om te draaien en te bewijzen dat hij niet alleen als jurist, maar ook als politicus iedereen de baas was.

Van Agt I in plaats van Den Uyl II
Van Agt zou waarschijnlijk zijn verdwenen in de betrekkelijke anonimiteit wanneer het tweede kabinet Den Uyl in 1977 geformeerd had kunnen worden. Ondanks een klinkende verkiezingsoverwinning van de PvdA (10 zetels winst) in mei weigerde Van Agt zich tijdens de onderhandelingen nederig op te stellen. PvdA-onderhandelaar Van Thijn verwachtte aanvankelijk een korte formatie, maar oud-fractieleider Jaap Burger liet hem weten het CDA niet te vertrouwen: "Afspraken met de confessionelen dat zijn scheten in een netje." (Van Thijn, 25).

Na maanden van moeizaam formeren en informeren liep de zaak in november uiteindelijk stuk op de personele bezetting van het kabinet. Van Agt vormde vervolgens 1977 in enkele weken een ploeg met de ambitieuze VVD leider Hans Wiegel. "De besprekingen tussen Van Agt en Wiegel zijn bijzonder vlot verlopen en in een uitstekende sfeer. "Dries is een ander mens geworden (...)" noteerde Van Thijn cynisch in zijn Dagboek van een Onderhandelaar (Van Thijn, 291).

Weer koesterde Van Agt het beeld van de amateur-politicus die de professionals te slim af was. Hij was vastberaden met zijn kabinet de volle termijn van vier jaar aan te blijven en te bewijzen dat hij als premier minstens net zo veel in zijn mars had als zijn, nu in de oppositiebanken mokkende opponent, Joop Den Uyl. "Joop is een strijdvaardig man. Ik word het."

Hoewel het kabinet Van Agt I geen sterke indruk achterliet en herhaaldelijk dreigde te sneuvelen, zat het de volle vier jaar uit. Een hoofdrol in dit verband was weggelegd voor de fractievoorzitter van het CDA in de Kamer, Ruud Lubbers. Met kunst- en vliegwerk slaagde hij erin elke crisis op te lossen.

Binnen het CDA (in 1980 formeel tot stand gekomen onder leiding van zijn beschermengel Piet Steenkamp) groeide Van Agt uit tot onbetwist leider. Reeds eerder had hij opgeroepen tot een "ethisch reveil", krachtig herstel van christelijke waarden en normen in de samenleving. Hij bereikte een hoogtepunt in populariteit tijdens de formatie van 1981.

De verkiezingsuitslag wees, evenals in 1977, in de richting van samenwerking met de PvdA, maar Van Agt had daar duidelijk geen zin in. Hij traineerde de onderhandelingen, liep weg van besprekingen en liet zijn aanhang weten dat hij niet zou wijken voor "progressief gedram". Hoewel het kabinet Van Agt II er wel kwam (met Den Uyl op een "verzwaard ministerie" van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) was vanaf het begin duidelijk dat deze samenwerking niet lang stand zou kunnen houden. Een en ander leidde in 1982 tot een crisis (de PvdA-ministers stapten op) en uiteindelijk vervroegde verkiezingen. Van Agt leidde tot aan die verkiezingen een rompkabinet van CDA en D66 (kabinet Van Agt III).

Van Agt stapt op
Toen een ieder verwachtte dat Van Agt nog eens voor vier jaar premier zou worden, kondigde hij tijdens de formatie in oktober 1982 aan dat hij de politiek zou verlaten. Een plotseling afscheid dat alom verbazing verwerkte, maar tegelijkertijd typerend was voor zijn wispelturig optreden. Fractievoorzitter Ruud Lubbers werd vervolgens naar voren geschoven als premier van opnieuw een CDA-VVD kabinet.

In de luwte...
Ex-premier Dries Van Agt bekleedde in zijn nadagen nog functies in de luwte van de politiek. Zo was hij Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant van 1983 tot 1987 en ambassadeur van de Europese Gemeenschap in Japan (1987-1990) en de VS (1990-1995). Tegenwoordig is Van Agt weer regelmatig in beeld. Als "elder statesman" mag hij graag in geheel eigen stijl gestelde stijl commentaren leveren op de hedendaagse politiek.

"Wonen op de Heilig Landstichting is een idylle. De bedauwde weiden dampen in de warmte van de zon, het licht dat door de hoge bomen valt, tekent dartele figuren op het zandpad waarover wij naar onze kleine kerk gaan. En de stilte hult zich als een weldaad om ons heen."(Tromp, 176).

Bronnen
Dr. G. Puchinger, Minister-presidenten van de twintigste eeuw. Amsterdam, 1984

Ed Van Thijn, Dagboek van een onderhandelaar. Amsterdam, 1978

Jan Tromp, Paul Witteman, Voor de duvel niet bang. Mr. Dries Van Agt: van wellust tot weerzin. Haarlem, 1981

Adieu Dries. Overpeinzingen bij het afscheid van een liefhebber in de politiek. Bussum, 1982
Bericht geplaatst in: artikel