AFRIKA VAN DE GROTE MEREN

Geplaatst op 12 oktober 2004 door Jeannick Vangansbeke
Na zijn terrein als historicus afgebakend te hebben brengt de piepjonge Franse historicus Vincelet een uitstekend overzicht van het Rwandese drama van april 1994...
Na zorgvuldig zijn terrein als historicus af te bakenen t.o.v. sociologen, politicologen en juristen, brengt de piepjonge Franse historicus Vincelet in een honderdtal bladzijden een uitstekend overzicht van het Rwandese drama van april 1994, om daarna in een vijftal paginas forse conclusies te trekken. Maar daarna wordt zijn boek nog beter. Vooral de getuigenissen die Vincelet door middel van interviews brengt zijn sprekende voorbeelden van hoogwaardige oral history (p. 107-185), gevolgd door goed gekozen documenten in bijlage. Kolonel Luc Marchal, die de dood van de tien erg nuchter zonder mythevorming beschrijft, de senatoren Destexhe en Eyskens en de journalisten Colette Braeckman en Peter Verlinden die wel degelijk als Belg zich kon verplaatsen in het Hutugebied van operatie Turquoise, brengen de rol van de VS en de diabolisering van één kamp in herinnering. De media kwamen steeds nà de slachtingen, als ultiem bewijs dat het ancien régime niet te redden was. Maar de Rangers stonden in Bujumbura klaar om de Amerikaanse ambassade in Kigali te evacueren, en zelfs senator Destexhe, durft het niet meer op te nemen voor het FPR en Kagame. In het interview met Vincelet, legt de gewezen arts zonder grenzen steeds de nadruk op Hannah Arendt als zijn inspiratiebron, genocide niet als politiek maar als systeem. Dat Vincelet consequent de regering Verhofstadt en haar nieuwe Afrikabeleid de liberale regering noemt, is niet helemaal correct. Historici durven conclusies maken vanaf een afstand van een decennium en die van de auteur liegen er niet om: hij haalt zwaar uit naar de liberale partij die de weduwen van de tien gedode paras manipuleerde voor wat hij ziet als een vuil politiek spel. De gedurfde conclusie lijkt door het aangebrachte bewijsmateriaal overtuigend en maakt brandhout van het rapport Verhofstadt in de Senaat, de Arushaprocessen en vele andere heilige koeien.

Vincelet maakt het motto waar dat hij aanhaalt en dat ontleend is aan Chateaubriand : De tijd doet voor historici wat de ruimte doet voor monumenten: je mag niet te ver en niet te dichtbij staan om goed te zien. Lees dit werk over het voorbije decennium in Rwanda en het "annuaire" van de Antwerpse economist Marysse c.s. over de laatste jaren en je wordt héél wat wijzer. Dit jaarboek toont de evolutie van de regio in 2002 en begin 2003. In het eerste deel wordt de actualiteit zowel politiek, sociaal als economisch geduid. Een tweede deel biedt organogrammen van de instellingen, macro-economische gegevens en een chronologie. Uitgebreid wordt ingegaan op de nieuwe grondwet. Volgens F. Reyntjes wil die enkel het nieuwe FPR-regime legitimiteit geven. De tekst is Byzantijns en de versies in het Kinyarwanda, Frans en Engels verschillen. Economisch doet Rwanda het beter dan bijvoorbeeld de Burundese buur, wat o.a. ook weer met de .... perceptie van de donorlanden te maken heeft. Zelfs hier komt Europa en België via IMF en andere kanalen alweer om het hoekje kijken. Maar zoals te verwachten, het is geen lectuur die vrolijk stemt...

Anderzijds zijn disciplines als geschiedenis en archeologie zelden zo nuttig geweest als heden ten dage in Rwanda. Dit wordt ook geïllustreerd aan de hand van het verhaal van Clea Koff (1972). Zij was geboeid door archeologie en opgravingen van Griekse grafmonumenten, tot ze besefte dat er meer relevante opgravingen kunnen gedaan worden. Ze groeide op in Engeland en de Verenigde Staten, maar haar journalistieke ouders namen haar ook mee naar o.a. Tanzania. Zij werkt nu als forensisch antropologe voor de VN, woont in Australië en graaft in opdracht van de oorlogstribunalen van de Verenigde Naties menselijke resten op en analyseert ze. Om beschuldigingen van genocide en misdaden tegen de menselijkheid hard te kunnen maken voor het gerecht, hebben de VN het bewijs nodig dat de gevonden lichamen van gewone burgers zijn. De vier jaar dat Clea Koff in Rwanda, Bosnië, Kroatië en Kosovo onderzoek deed naar gebeurtenissen die de wereld schokten, veranderden haar van een onschuldige studente in een wijze vrouw.

In "De bottenvrouw" neemt ze de lezer mee naar de realiteit achter de krantenkoppen over massagraven, etnische zuiveringen en genocide als zij bijna vijfhonderd lichamen opgraaft uit één enkel graf in Kibuye, Rwanda; als ze de met staaldraad vastgebonden polsen onthult van de slachtoffers van Srebrenica; en wanneer ze in het zuidwesten van Kosovo het lichaam van een jonge man uit de aarde opgraaft terwijl zijn grootvader in stilte toekijkt.
Clea Koff weet haar verhaal over haar werk, de helse arbeidsomstandigheden, de bureaucratie van de VN en het hartverscheurende verdriet van overlevenden een lading te geven van immense hoop, menselijkheid en rechtvaardigheid, want, zo zegt ze: "Zonder ons bewijsmateriaal kunnen de tribunalen niet functioneren; zonder de tribunalen is er geen veroordeling; zonder veroordeling geen straf; zonder straf geen rechtvaardigheid." Ze laat ons zien wat het betekent om een persoon te zijn, wiens baan het is om de puinhopen van de mensheid op te ruimen. "De bottenvrouw" is een boeiend, zeer persoonlijk verhaal dat afwisselend fascinerend, beangstigend, maar tegelijkertijd wonderlijk hoopvol is. Het eindigt immers met een precieze opsomming van wie al veroordeeld werd door de VN-tribunalen. Tenminste, hoopvol als je de getuigen die Vincelet aanhaalt rond politiek misbruik van het Rwandatribunaal om politieke concurrenten te discrediteren, even buiten beschouwing laat.

De Franse oorlogsverslaggever van "Libération", Jean Hatzfeld, trok tien jaar na de genocide naar het gebied ten zuiden van Kigali, Nyatama in Rwanda, waar 50.000 Tutsis werden afgeslacht. Op 6 april 1994 explodeerde het vliegtuig van Juvénal Habyarimana, president van Rwanda. De volgende dag begonnen de moordpartijen op Tutsi"s en gematigde Hutu"s in de hoofdstad Kigali. Vier dagen later riepen lokale overheden en Hutu-milities boeren in het zuiden op om Tutsi"s aan te vallen. Het seizoen van de Machetes was begonnen. Hutus die met een Tutsi vrouw gehuwd waren konden haar redden door voorbeeldig te moorden, het omgekeerde was onmogelijk. Sinds 1931 stond je ras op je paspoort. Hatzfeld focust in op enkele mensen om zo het mechanisme bloot te leggen. Het boek Seizoen van de Machetes, het verhaal van de daders van Jean Hatzfeld die gesprekken voerde met de Hutu moordenaars, is van het kaliber van de analyse van de sjoa in "Eichman in Jerusalem" door Hannah Arendt. In april en mei 1994 werden in Nyatama vijftigduizend van de negenenvijftigduizend Tutsis afgeslacht en vermoord. Waarom grepen gewone, respectabele ambtenaren, boeren en winkeliers hun machetes - kapmessen - om streekgenoten af te slachten? Hatzfeld stelde vele vragen en kreeg een fascinerend en ontluisterend inzicht in de psychologie van de daders. "Seizoen van de Machetes" is een verhelderend document over de banaliteit van het kwaad.

In tegenstelling tot de daders die zeer goed in kaart gebracht zijn, blijven vele mysteries bestaan over de opdrachtgevers van de genocide. Het Arushagerechtshof kon niet aantonen dat de slachting in regeringskringen is voorbereid, meent de Franse historicus Lugan, die als expert voor TPIR (tribunal pénal international pour le Rwanda) heeft gewerkt. De auteur is niet de eerste de beste, hij doceerde jaren in Rwanda en is nu hoogleraar Afrikaanse geschiedenis in Lyon. Hij gaat tekeer tegen de priesters van de universitaire lekenstaat die beweren dat etnieën een koloniale uitvinding zijn. Volgens hem hebben de heersende Tutsikringen al lang voor Duitsers en Belgen zich aan de Grote Meren vertoonden, koeien als statussymbool verruild voor Tutsimeisjes! Canadese geneticaspecialisten worden erbij gehaald om dit aan te tonen. De Tutsiminderheid was op die manier in staat zich te handhaven tot de Belgen tegen hun officiële opdrachtgever in, de VN, de monarchie omver wierpen. Al vanaf dan werd het normaal om straffeloos Tutsi te doden. Dat Lugan zich met Marokko en Zuid-Afrika en de Franse historische banden met die landen bezig hield, draagt ertoe bij hem in de uiterst rechtse hoek te plaatsen, maar de vragen die hij opwerpt in zijn recentste Rwandaboek zijn absoluut pertinent. Ze verminderen ook geenszins de Belgische verantwoordelijkheid, maar versterken eerder de voorzichtigheid waar de Belgische ngo-koepel 111111 en anderen voor pleiten om niet te vroeg te gewagen van democratisering in Rwanda.

- Jean Hatzfeld, Seizoen van de Machetes, De Bezige Bij, 2004. 299 p. € 21,50

- Uitstekend overzicht van websites over de genocide in Rwanda plus een gesprek van Jean Hatzfeld met Jan Pronk, gewezen Nederlandse minister die die ten tijde van de genocide Rwanda bezocht, op
http://www.vpro.nl/programma/ochtenden/afleveringen/16649002/
- Website VVLG meer over Rwanda in Het Afrika van de Grote Meren
- Clea Koff, De bottenvrouw, Mijn werk in de massagraven voor de oorlogstribunalen van de Verenigde Naties. Sirene, 2004. 306 p. € 20.70
- Bernard Lugan, Rwanda, le génocide, lEglise et la démocratie, Edition du Rocher, 2004. 235 p. € 19
- Sous la direction de S. Marysse et F. Reyntjens, LAfrique des Grand Lacs, Annuaire 2002-2003 LHarmattan, 2003. 358 pages € 29.7
- Christophe Vincelet, La mort des dix casques bleus belges à Kigali, le belgocentrisme dans la crise rwandaise, LHarmattan, 2003. 250 p. € 20,50

- Verder verwijzen we naar
www.umubano.be: de website van de Vlaams-Rwandese vereniging.

- Van 10 november tot 9 januari 2005 wordt er een tentoonstelling gehouden over traditionele kunst uit Rwanda. Zie voor meer informatie:
http://www.oost-vlaanderen.be/cultuur/caermersklooster/content.cfm?doc_id=7046

J. Vangansbeke
Bericht geplaatst in: boekrecensie