BIJZONDER SPECIAAL UNIEK NIET TE MISSEN...

Geplaatst op 24 juli 2005 door Klaas Kornaat
Wie geïllustreerde bladen verzamelt ziet zich gelijk geconfronteerd met een niet gering probleem: welke bladen worden bewaard en welke veroordeeld tot de versnipperaar.
Verzamelen is weglaten
Wie geïllustreerde bladen verzamelt ziet zich gelijk geconfronteerd met een niet gering probleem: welke bladen worden bewaard en welke veroordeeld tot de versnipperaar. Wanneer een duidelijk thema wordt gekozen, bijvoorbeeld alle magazines met Elizabeth Taylor op de cover,  is de zaak vrij simpel. Bij deze verzamelaar verdwijnen Churchill, Brigitte Bardot, Michael Jackson en De val van de Muur naar de papierinzameling van de voetbalclub. Die ene Privé met een lead story over het zoveelste huwelijk van Liz is voor deze man een gezocht en zeldzaam item, voor de ander een voddig boulevardblad dat meteen weg kan. De meeste verzamelaars van tijdschriften hebben echter een minder duidelijke norm. Een en ander mondt vaak uit in een praktisch ongelimiteerde opslag van jaargangen en stapels losse exemplaren, alle even ‘bijzonder’.

Het woord bijzonder heeft voor elke collectiebouwer, en dus ook voor elke lezer, een andere betekenis. Toch proberen tijdschriftredacties sinds jaar en dag de lezer te verleiden met specials: nummers die beter verkopen en meer abonnees trekken dan andere bladen. Hieronder volgt een beschouwing over de ontwikkeling van het geïllustreerde tijdschrift en de kenmerken van een bijzonder nummer. Twee verdedigbare conclusies kunnen al bij voorbaat getrokken worden: ‘tijdschriften zijn eigenlijk allemaal even bijzonder’ en ‘bijzondere tijdschriften bestaan niet’. Hier dus geen waardeoordeel en ranglijsten. We zoomen slechts  in op de pogingen die in het verleden werden ondernomen om dat ene tijdschrift toch iets opvallender en aantrekkelijker te maken dan het concurrerende blad.

 
Het geïllustreerde tijdschrift
Toen het verschijnsel van het geïllustreerde tijdschrift zich in de negentiende eeuw ontwikkelde was alles wat men deed nieuw en bijzonder. Het bezit van zo’n blad was logischerwijs voorbehouden aan een klein deel van de bevolking, tijdschriften waren relatief duur. Allerlei nieuwe technieken, vooral de lithografie, zorgden voor een stormachtige groei van het aantal bladen en ook voor een toenemende illustratiegraad. Het principe van een ‘plaatje bij een praatje’ werd door sommigen met groot succes omgekeerd: men publiceerde een opvallende illustratie en de nieuwsgierige toeschouwer werd geprikkeld om daar meer over te lezen elders in het drukwerk. Men richtte zich niet noodzakelijk op de actualiteit. Wanneer het feit zelf spectaculair genoeg was verslond de lezer de informatie toch wel: het was immers nog nooit vertoond. Zo kon het voorkomen dat een vulkaanuitbarsting van een jaar geleden kon uitgroeien tot een publiekstrekker van de eerste orde. Als de prenten maar veel vuur en lava toonden, inclusief vluchtende burgers en brandende huizen.

Binnen de markt bedienden verschillende bladen een eigen publiek. De originele titels, veelal een variant van het woord Illustratie, werden exclusieve bladen voor op de leestafels van de gegoede burgerij. Elk kwartaal werden de bladen door een specialist ingebonden in een bijzondere band en de tijdschriften werden als boekwerk in de kast gezet. De meer sensatiebeluste, vaak uit politieke drijfveren gestarte bladen kregen de functie van het pamflet: losse nummers werden verkocht op basis van de goede zaak of een kwestie die velen bezighield. Deze tijdschriften werden niet voor de eeuwigheid gemaakt en werden in de regel niet bewaard. Het merkwaardige mechanisme voor de verzamelaar werd hier geboren: een prachtig gedrukte ‘Illustration’ met chique advertenties voor de Franse elite is minder zeldzaam dan een anarchistisch blad op weggooipapier. Dit verschijnsel is ook van toepassing op nummers van hetzelfde tijdschrift. Immers: ‘bijzondere’ nummers werden ook bewaard door lezers die normaal gesproken alles weggooiden. Nummers met originele meerwaarde kunnen later dus minder zeldzaam zijn dan een ‘gewoon’ nummer. Dit laat nog onbesproken het feit dat niet elke redactie een goede inschatting maakte van wat op het moment van verschijning historisch belang had. Wellicht blijkt vijftig jaar na dato het kleine artikel op pagina 30, of de advertentie op de achterzijde, het meest belangwekkende onderdeel van het tijdschrift te zijn.
 
De opkomst van de fotografie
Hoewel de oorsprong van de fotografie al in het eerste deel van de negentiende eeuw te dateren valt, veroorzaakte deze fantastische techniek pas na 1900 een ware revolutie in de wereld van het tijdschrift. Reproductie van foto’s was eerst nog lastig en niet zelden blijken litho’s uit de vroege periode ontleend aan originele foto’s die nog niet direct gebruikt konden worden. Toch was de opkomst van de foto niet te stuiten. Het was vooral tijdens de Eerste Wereldoorlog dat geïllustreerde bladen de lezer probeerden te winnen met een stortvloed aan foto’s van het front en de kommer en kwel van soldaten en burgers.
De covers en de meer propagandistische beelden waren nog vaak tekeningen en litho’s, maar de pagina’s met ‘actuele reportages’ werden gevuld met foto’s. Het publiek wilde de echte beelden zien en hoewel het werk van de fotografen vaak weinig te maken had met de gruwelijke realiteit waren de lezers snel gewonnen voor de nieuwe verleiding. Men had de indruk dat met de foto’s de mogelijkheid werd geboden ‘erbij te zijn’, deelgenoot te zijn van de wereldschokkende gebeurtenissen.

Het wekt dan ook weinig verbazing dat er tijdens en vlak na de oorlog van 14-18 een ware massa van bijzondere uitgaven op het publiek werd losgelaten. Men kon zich inschrijven voor seriewerken, verzamelbanden kopen met uniek beeldmateriaal of eenmalige uitgaven aanschaffen waarin de gebeurtenissen nog eens op een rij werden gezet. ‘La Grande Guerre’ betekende de definitieve doorbraak van het geïllustreerde tijdschrift. Ongeveer vijftig jaar lang, tot de almachtige televisie de hegemonie zou overnemen, werd het wereldbeeld van generaties bepaald door de covers en reportages in de ‘Illustrés’. De bladen werden goedkoper en de informatiehonger verspreidde zich over de bevolking. Voor steeds meer mensen was het lijfblad bepalend voor de ontwikkeling van politieke opvattingen, sociaal gedrag, consumptiepatroon en kennis op velerlei gebied. Bladen als ‘The Saturday Evening Post’ of ‘Life’ waren niet alleen een weerspiegeling van een ‘way of life’, zij bepaalden in veel opzichten het denken en handelen van miljoenen Amerikanen.

 
De strijd om de lezer
Het behoeft geen betoog dat de groei van de bladenmarkt een harde commerciële strijd veroorzaakte. De gemiddelde geïnteresseerde werd regelmatig benaderd met unieke aanbiedingen, aantrekkelijke kortingen op de kioskprijs en ‘bijzondere uitgaven’. Naast de trouwe aanhang van bepaalde titels bestond het publiek namelijk uit impulskopers die wekelijks of maandelijks een nummer kozen uit een rijk aanbod. Deze koper, zo ontdekten slimme kenners, liet zich voornamelijk leiden door de cover van het blad.
Een aantrekkelijk omslag was het halve werk. Bladredacties speelden hier dankbaar op in en probeerden de concurrentie met spektakelstukken en revolutionair coverdesign af te troeven. Naast de focus op de interesse van het publiek streed men op deze manier voor een deel van de lucratieve advertentiemarkt. Het commerciële succes van een titel werd immers grotendeels bepaald door de inkomsten uit reclame. Veel geïllustreerde tijdschriften werden omsloten door katernen met advertenties, waarin een heel scala aan producten aan de consument werd voorgehouden.
 
Het Amerikaanse model
De Tweede Wereldoorlog resulteerde, net als de Eerste, in een belangrijke stijging in de verkoop van tijdschriften.
Het Amerikaanse model veroverde de wereld. Naast de Jeep, de nylonkous en kauwgom begonnen de bladen ‘Time’ en ‘Life’ aan een ware veroveringstocht. In vrijwel elk land ontstond vroeger of later een kopie van deze Amerikaanse voorbeelden en het is niet toevallig dat ‘Der Spiegel’, ‘L’Express’, ‘Elseviers Magazine’, ‘Paris Match’, ‘Wereldkroniek’, ‘Picture Post’ en nog veel meer bladen rode randen en rode titelblokken als hoofdkenmerk voerden. Naar Amerikaans voorbeeld weerspiegelden deze tijdschriften achtereenvolgens de wederopbouw, de stijging van de welvaart en het ontstaan van een maatschappelijk ‘rollenpatroon’. Felle polemiek werd gemeden. Het is niet toevallig dat de brave tekeningen van apen, gemaakt door Lawson Wood, wereldwijd succes hadden. Ook de Nederlandse ‘Panorama’ plaatste deze prenten tussen andere milde spot inzake het lief en leed van de hardwerkende naoorlogse burgers.
 
Van maatschappijkritiek tot lifestyle
In de jaren zestig van de twintigste eeuw was het tijdschrift zeer populair. Alle maatschappelijke ontwikkelingen waren meteen terug te vinden in de bladen. Van kneuterige familietijdschriften tot avant-garde periodieken, van de ‘Prinses’ tot ‘Twen’, elk blad speelde in op de kwesties die bij het publiek leefden: democratisering, jongerencultuur, emancipatie, revolutie en oorlog. Deze voor de tijdschriftenfan zeer interessante periode eindigde in de ondergang van de meeste prestigieuze titels. De kosten van het foto- en drukwerk en ook de salarissen van de vele journalisten die nodig waren om een topblad te maken konden niet meer worden terugverdiend met advertenties. Bij reclamecampagnes werd voornamelijk geïnvesteerd in televisie en bijna wekelijks sneuvelden beroemde bladen.


De jaren zeventig en tachtig lieten een reactie zien op het decennium van de hemelbestormers. De bladen die overleefden richten zich op persoonlijke ontwikkeling in plaats van maatschappelijke vernieuwing. De ‘Haagse Post’ wijdde een special aan het ‘Ik-tijdperk’ en beschreef daarin een blijvende trend. Lifestyle en individuele ontplooiing stonden voorop. De rijen glossy bladen in de kiosken groeiden; titels werden gelanceerd en weer uit de markt genomen. De vorm en luxe kleurendruk stond voorop, de inhoud werd tweede zorg. In feite duurt deze ontwikkeling tot op heden voort.

 
Een muur van bijzondere tijdschriften
Wat is gebleven is de meedogenloze strijd om de losse tijdschriftenkoper. De specials puilen wekelijks uit de rekken en de argeloze voorbijganger wordt verleid door topmodellen in suggestieve poses, sterren die nu echt het definitieve interview geven, cd’s en andere bonussen die je niet kunt missen en een serie bijlagen die van het tijdschrift meer een ‘totaalpakket’ maken om in het jargon te blijven. In historisch perspectief is ook deze ontwikkeling interessant. De cirkel is rond: net als in de negentiende eeuw is elk nummer bijzonder, maar nu om een heel andere reden. In de eenheidsworst moet je iets geks doen om op te vallen, een ‘gewone stunt’ is niet meer genoeg om de aandacht van de visueel verwende consument te grijpen. De verzamelaar staat, zoals in alle voorgaande periodes, voor een ondankbare opdracht. Hoe is binnen het overweldigende aanbod te bepalen wat de historische nummers zijn?
Hieronder een greep uit de thema’s en types die de geschiedenis van het ‘bijzondere nummer’ kenmerken. Er is vanzelfsprekend geen sprake van volledigheid.
 
Natuurrampen en verre kusten
Zoals al vermeld werd speelde men in veel gevallen in op de behoefte van de mens geïnformeerd te worden over onbekende natuurverschijnselen, exotische leefvormen en extreem natuurgeweld. Elke aardbeving, overstroming, vulkaanuitbarsting of bosbrand betekende spektakel en sensatie. Daarnaast keek de tijdschriftenkoper gefascineerd naar het leven van olifanten en tijgers of naar geïsoleerde culturen. ‘National Geographic’ ontleent haar bestaan tot op heden aan deze natuurlijke nieuwsgierigheid, maar vrijwel elk blad heeft wel eens geprofiteerd van deze vaste succesformule.

Wereldtentoonstellingen en koloniaal bezit
De spectaculaire opkomst van het tijdschrift viel in dezelfde periode als de tweede industriële revolutie in Europa en de Verenigde Staten. De daarbij horende strijd om koloniën, de zoektocht naar delfstoffen en een snelle technologische ontwikkeling werden in de tijdschriften breed uitgemeten. Hoogtepunten waren de Wereldtentoonstellingen, waarop alle landen hun cultuur en het geloof in de vooruitgang kwamen presenteren. De bladen kwamen met luxe specials die steevast een plattegrond van het expoterrein en beelden van de grootste paviljoens en de nieuwste technische snufjes bevatten. De teksten hadden de toon van een onbeperkt optimisme in de mogelijkheden van de mens en de voordelen van veranderingen. In de eerste helft van de twintigste eeuw hield men aparte Koloniale Tentoonstellingen waarin vooral Engeland en Frankrijk hun ambities toonden. Merkwaardig genoeg was Nederland hier ook altijd prominent aanwezig. Het had met Nederlands-Indië immers een van de koloniale hoofdprijzen in bezit en kende een prestige dat in wezen niet paste op het formaat van het moederland.

 
Geweld en misdaad 
Het is wellicht een geheel foute neiging maar elke nieuwsgierige lezer pakte, zo bleek, automatisch naar bladen die de duistere kanten van de menselijke natuur belichtten. En ook de lezer nu zal moeten toegeven dat wanneer men kan kiezen uit een coverstory over de tuinbouw in het Westland of een seriemoordenaar in Yorkshire men toch snel naar de horror en de spanning grijpt. Dit was al vroeg bekend bij de bladenmakers en door de hele geschiedenis zijn de ‘specials’ over geweld, oplichting, roof en liever nog, gruwelijke meervoudige moord ‘sure sellers’ bij een groot publiek.
 
Gekroonde hoofden
In verre tijden, toen vrijwel elk land een keizer of een koning had, ontstonden de eerste luxe speciale nummers op momenten dat er in de monarchie gefeest of getreurd werd. Trouwen, geboorte, dood, kroning en regeringsjubileum waren aanleiding voor staaltjes van ongebreideld vakmanschap.
Er zijn geen fraaiere nummers te vinden dan de Engelse kroningsspecials of de nummers die verslag doen van de hoogtijdagen van de Duitse keizer. Ook in Nederland kon het niet op wanneer de Oranjes in het nieuws kwamen. 
 
Ideologie en propaganda
Vooral in de periode van de grote wereldconflicten was het magazine een propagandamiddel bij uitstek. De dictatoriale regimes, van communisme tot nationaal-socialisme, gebruikten de tijdschriften om het volk te bespelen. Hoewel de Russische staat onder Stalin vrijwel tot de bedelstaf veroordeeld was, financierde men de meest luxe geïllustreerde bladen die in alle talen verschenen. Voor gedrukte kleurenpropaganda was altijd geld. Ook Goebbels en zijn staf zag de grote mogelijkheden van tijdschriften. De ‘Illustrirte Zeitung’, met in het kielzog vele andere titels, kwam met fantastisch vormgegeven specials rond de partijdagen in Neurenberg en ook de Olympische Spelen in Berlijn, oefeningen van de Wehrmacht of Luftwaffe en feesten van de Duitse ‘cultuur’ waren aanleiding voor hoogstandjes van druktechniek, fotocollage en pagina-opmaak.
 
Oorlog
De twee wereldoorlogen leverden, zoals al eerder gezegd, een stortvloed aan speciale tijdschriften op. Wanneer men de sfeer in die belangwekkende periodes wil proeven is er geen beter middel dan het doorbladeren van een stapel geïllustreerde bladen. Het onaantastbare imago van titels als ‘L’Illustration’, ‘Illustrated London News’, ‘Life’ en vergelijkbare reuzen werd gevormd in oorlogstijd. Het waren echter niet alleen de wereldoorlogen die zorgden voor hoogtijdagen van de tijdschriften, ook conflicten als de Boerenoorlog, de Spaanse Burgeroorlog, de Vietnamoorlog en meer recent de twee Golfoorlogen waren bepalend voor de journalistieke kwaliteit, of het gebrek daaraan, van tijdschriften waar ook ter wereld.
 
Grote momenten in de historie
Natuurlijk zijn er momenten in de geschiedenis die door iedereen worden ervaren als allesbeslissend, zeer ingrijpend of het meest belangrijk.
Meestal neemt het effect van zo’n gebeurtenis na verloop van jaren af, in historisch perspectief blijken de verhoudingen van wat belangrijk was altijd aan verandering onderhevig. Toch is er met gemak een serie te noemen van kernmomenten (de Russische revolutie, Hitler aan de macht) of jaren waarin alles leek te gebeuren (1968, 1989). Natuurlijk zijn de tijdschriften die er verslag van deden daardoor bijzonder interessant. Merkwaardig genoeg denken veel mensen dat deze tijdschriften zeldzaam en kostbaar zijn maar in de regel is dat juist niet het geval. Mensen die nooit iets bewaren legden wel een papieren herinnering in de kast van de moord op Kennedy, de maanlanding, de val van de muur of ’11 september’.
Daardoor komt de verzamelaar ze regelmatig tegen. Het is meer de geschiedenis van de tweede rang die schaars is: de dood van Stalin, de beurskrach van 1929 of de machtsstrijd in China tijdens de Culturele revolutie.
 



 
Sterren stralen overal
Het geïllustreerde tijdschrift was bij uitstek geschikt om de sterstatus van acteurs, zangers, popgroepen, TV-persoonlijkheden, sportlieden en andere beroemdheden te ondersteunen. Persagenten van sterren ontwikkelden een fijne neus voor goede publiciteit. Zij verleenden bladen exclusieve rechten voor fotosessies, lekten informatie naar andere en zorgden voor een coverstory bij een derde. De pers werd met een verdeel en heerspolitiek instrument voor de ‘personalities’ en de wereld van glamour en glitter die er achter schuilging. Natuurlijk werden sterren ook regelmatig slachtoffer van deze schimmige wereld. Uitgangspunt is echter dat sterren verkopen.

De discussie rond de gewetenloze paparazzi belicht slechts een aspect van een bladenwereld waar alle betrokkenen profiteren zolang het goed gaat. Hoewel ik geen aantallen of bewijzen heb is de onbetwiste coverkampioen naar mijn idee Marilyn Monroe. Het ultieme sexsymbool staat nog wekelijks op covers wereldwijd en een complete lijst van Monroe-tijdschriften zou zeker tienduizenden titels bevatten.  
 
Kunst en cultuur
Het hoofdstuk beeldende kunst, literatuur, muziek en theater kan hier niet ontbreken, maar toch is het opvallend hoe weinig echte specials en bijzondere nummers de ‘hogere cultuur’ heeft opgeleverd. Het waren vooral de bladen die zich al op een van deze gebieden richtten die iets speciaals deden ter gelegenheid van festivals, tentoonstellingen of spectaculaire culturele gebeurtenissen.
Meestal hing een cover van een algemeen tijdschrift toch aan de reputatie van iemand die werkelijk tot de verbeelding sprak, zoals Picasso, Dali of Von Karajan. De stelling dat cultuur niet verkoopt gaat misschien te ver, maar zeker is dat het naar succesvolle voorbeelden van deze bladen hard zoeken is.
 
Kerst en Nieuwjaar
Tijdschriftredacties begrepen vanaf het begin dat de maand december voor hen een buitenkans opleverde. De mensen hadden gespaard voor extra uitgaven, gingen een aantal dagen tegemoet in huiselijke kring en hadden behoefte aan bespiegeling en terugblikken: het speciale, meestal dubbeldikke kerstnummer was geboren. Vaak waren speciale teams al maanden bezig om de luxe uitvoering en aantrekkingskracht van het laatste nummer van het jaar te waarborgen. Later kwam daar de terugblik op het afgelopen jaar bij. Alle zaken en personen trokken nog eens aan de lezer voorbij; een feest der herkenning waar iedereen een behoorlijke losse nummerprijs voor over had. Het totale terugblikken op de grens van het Millennium (1999/2000) groeide uit tot een orgie van speciale nummers die voor de gewone verzamelaar niet meer bij te houden was.

Reizen en transport
De gemiddelde wereldburger kwam voor 1900 in zijn leven vaak niet verder dan het naburige dorp. Reizen was een absolute luxe voorbehouden aan een sociale elite. In de twintigste eeuw werd dit principe volledig omvergeworpen. Vliegtuigen, auto’s, oceaanstomers en treinen werden het symbool van de bevrijdende mobiliteit die voor steeds meer mensen bereikbaar werd. Tijdschriften speelden daar gretig op in. Reizen van de Zeppelin, pioniers in Fokkervliegtuigen, de cruises op de Queen Mary, de autosalon van Parijs of de luxe van de Orient-Express waren aanleiding voor de meest verleidelijke covers die men kon ophoesten. De nieuwe mens leefde snel en wereldwijd en wanneer men er nu niet direct zelf aan toekwam was een flitsend tijdschrift met vliegers of autocoureurs een aardige compensatie.

 
Grote persoonlijkheden
De lijst is kort, maar er zijn personen die werkelijk legendarisch worden, vaak nog tijdens hun aardse bestaan. Deze mensen hebben de makers van tijdschriften altijd veel plezier bezorgd. Wanneer een Franse bladenmaker het even niet wist in de jaren zestig kon hij altijd nog terugvallen op een omslagverhaal over Charles de Gaulle, succes verzekerd. Zo koesterde vrijwel elk land zijn onomstreden helden. Het waren deze ‘groten der aarde’ die voor ontelbare speciale geïllustreerde bladen zorgden, meestal bij legendarische daden, het bereiken van opvallende leeftijden of bij hun dood. Kampioen op dit terrein is zonder twijfel Winston Churchill, maar ook iconen als Gandhi, Einstein en levende legende Mandela gooien hoge ogen.
 
Jubilea en mijlpalen
Interessant voor verzamelaars, maar ook voor de gemiddelde lezer zijn de jubileumnummers of andere exemplaren die bijzonder zijn om hun status als tijdschrift. Eerste en laatste nummers horen er logischerwijs bij, maar ook de uitgave voor of na het veranderen van titel of de fusie met een ander blad. Hier valt ook te denken aan nummers die door censuur of de uitspraak van rechters verboden of vernietigd zijn. Geliefd onderdeel van elk zichzelf respecterend jubilerend tijdschrift is de galerij van covers van alle voorgaande nummers; steevast een prachtig tijdsbeeld of designgeschiedenis in een notendop.
 
De onmisbare bijlage
Wanneer men inschatte dat het publiek een snel verslag van een gebeurtenis in druk wilde zien verschijnen namen de redacties hun toevlucht tot de oude verkooptruc: de bijlage. Het is een mooie weerspiegeling van wat in een bepaalde periode belangrijk werd gevonden. Ten tijde van de Koude Oorlog verschenen er speciale bijlagen die de Russische invallen in Hongarije (1956) en Tjechoslovakije (1968) in beeld brachten. Gek genoeg leverde de Val van de Berlijnse Muur wel opvallende coververhalen en fraaie omslagontwerpen op, maar veel bijlagen verschenen er niet. In de jaren tachtig en negentig waren het meer de sport (Elfstedentocht, EK voetbal, Tour de France) en lifestyle (Italiaans koken, country stijl in uw huiskamer, vakantie in de Provence) die de mensen via een bijlage over de streep van aankoop trokken.
 
Het menselijk tekort    
Leverden natuurrampen veel stof voor speciale nummers, dit geldt ook en zelfs in sterkere mate voor catastrofes door menselijk falen. Treinrampen, het neerstorten van vliegtuigen, opgesloten mijnwerkers op honderd meter diepte, een gebroken olietanker, gezonken veerboten, Tsjernobyl en Bhopal, de Titanic en een exploderend ruimteveer: een lange reeks onnodige, maar niet minder dodelijke menselijke fouten die verbijsteren en onbegrepen blijven. Feit blijft ook dat mensen er niet genoeg van krijgen om er naar te kijken en er over te lezen. De enige aparte bijlage van het blad ‘Panorama’ in de jaren zeventig bevatte louter foto’s die genomen waren door een geshockeerde Amerikaan vlak na de botsing van de twee Boeings op Tenerife.
Uw scribent staat open voor nog twintig categorieën, zoals gezegd staat de norm voor het predikaat ‘bijzonder’ ter discussie en is het ‘gewone nummer’ vaak bij nader inzien het meest historische exemplaar van de jaargang. Bij dit artikel een selectie van ‘speciale’ covers. Rest de verzamelaar de wekelijkse gang naar de bladenman om het oog te laten vallen op dat ene nummer, dat in de beschreven collectie niet mag ontbreken.  
Bericht geplaatst in: artikel