WILLEM SCHERMERHORN (1894 - 1977)

Geplaatst op 9 augustus 2005 door Reinard Maarleveld
Drees was als ervaren politicus de meest voor de hand liggende keuze voor het premierschap. Maar Drees liet Schermerhorn weten dat hijzelf (Schermerhorn) minister-president moest worden.
Schermerhorn:" Majesteit, wie in deze put springt is een verloren mens."
Wilhelmina: "Vindt u dan dat ik eerst een ander moet vragen?"
Schermerhorn: "Dat mag ik niet aanraden."
(Schermerhorn, 116, over de formatie in juni 1945)

Foto Eddy de Jongh

 
Student en hoogleraar
Willem Schermerhorn werd op 17 december 1894 geboren in Akersloot en groeide op in een boerengezin. Van 1908 tot 1913 bezocht hij de Rijks-HBS in Alkmaar. Daarna studeerde hij civiele techniek in Delft (de latere NSB-leider Anton Mussert was een studiegenoot). Schermerhorn was van 1918 tot 1926 assistent bij professor Heuvelink en specialiseerde zich in de luchtkartering (het in kaart brengen van gebieden met behulp van luchtfoto's).
In 1926 werd hij, 32 jaar oud, benoemd tot hoogleraar als opvolger van Heuvelink. Schermerhorn was actief in de Vrijzinnig Protestantse Radio Omroep (V.P.R.O.) en huldigde in het algemeen liberale opvattingen. In de jaren dertig koos hij openlijk partij tegen fascisme en communisme en werd hij voorzitter van de Nederlandse Beweging voor Eenheid en Democratie.
Gijzelaar in St. Michielsgestel
Na de capitulatie werd Schermerhorn, samen met honderden andere vooraanstaande Nederlanders, gegijzeld in het kleinseminarie Beekvliet in St. Michielsgestel. Hij verbleef hier van mei 1942 tot december 1943.
In Beekvliet overlegde de vaderlandse elite over de politieke situatie en werd gefilosofeerd over het na-oorlogse staatsbestel. De fouten die voor de oorlog waren gemaakt mochten niet herhaald worden.
Schermerhorn trad toe tot de Heren Zeventien (de naam verwees naar het bestuur van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, de meest succesvolle onderneming uit het roemrijke vaderlandse verleden), een politieke denktank waar ook De Quay, Einthoven (ex-Nederlandse Unie) en financieel specialist Lieftinck deel van uitmaakten.
In Beekvliet maakte Schermerhorn veel indruk. "Er was van hem een suggestieve, samenbundelende kracht uitgegaan" vond Drees (Schermerhorn, 16). De Jong noemt hem een "een toonbeeld van geduld, redelijkheid en humaniteit, er ging warmte van hem uit en hij verloor nooit de moed". (De Jong XII, eerste deel, 99)
Na zijn vrijlating in december 1943 sloot Schermerhorn zich onmiddellijk aan bij het verzet, waar hij onder meer goede contacten onderhield met Drees. In St. Michielsgestel was het idee ontstaan dat de Nederlandse politiek baat zou hebben bij een zogenaamde "doorbraak".
{mospagebreak}De traditionele tegenstelling tussen christelijke partijen en niet-christelijke partijen ( de "anti- these") moest worden doorbroken door de oprichting van een brede, politiek progressieve, organisatie . Met dit doel voor ogen werd de Nederlandse Volksbeweging gevormd, waarvan Schermerhorn voorzitter werd.

Affiche Nederlandse Volksbeweging, RIOD
Zo leek Schermerhorn de ideale figuur om uitvoering te geven aan Wilhelmina's hartstochtelijke drang naar "vernieuwing". Wat dit concept precies inhield was niet altijd even helder; maar het was duidelijk dat, volgens de koningin, de oude politieke elite had afgedaan en in het nieuwe bestel een belangrijke rol zou zijn weggelegd voor daadkrachtige figuren (bij voorkeur uit het voormalig verzet), breed gesteund door het Nederlandse volk.
"Het visioen dat onze helden en heldinnen voor de geest stond toen zij hun leven gaven voor recht en voor vrijheid willen wij thans tot werkelijkheid maken", liet Wilhelmina over de radio weten. (De Jong XII, eerste helft, 87).
Premier van herrijzend Nederland
Allereerst moest er in plaats van het oorlogskabinet Gerbrandy een nieuw kabinet komen. Wilhelmina zelf leidde de formatie. Drees (voor de oorlog fractieleider van de SDAP) en Schermerhorn leken de belichaming van respectievelijk herstel (in de goede zin van het woord) en vernieuwing en werden gevraagd als formateurs.
Drees was als ervaren politicus de meest voor de hand liggende keuze voor het premierschap. Maar Drees liet Schermerhorn weten dat hijzelf (Schermerhorn) minister-president moest worden. Zo werd op 27 juni 1945 een "politieke dilettant" regeringsleider op een cruciaal moment in de Nederlandse geschiedenis (Puchinger, 176).

Drees en Schermerhorn: herstel en vernieuwing. Foto Simon E. Smit
Schermerhorn realiseerde zich dat hij voor een moeilijke opgave stond: "Ik voelde toen meer dan ooit de zwaarte van de taken en de beperking van mijn vermogen, juist vanwege de verwachting die ook, en ik mag wel zeggen vooral bij Hare Majesteit leefde ten aanzien van het begrip vernieuwing, dat ik op mij geconcentreerd voelde" (Schermerhorn, 63) .
Toch werd aan zijn geschiktheid niet getwijfeld: "Schermerhorn bracht voor het minister-presidentschap grote gaven mee: hij was veelzijdig, hij had een snel verstand en een grote werkkracht, hij durfde leiding te geven en inspireerde zijn medewerkers."(De Jong XII, eerste helft, 100).
{mospagebreak}

"Over een jaar beestje, als je braaf bent..."
L.J. Jordaan in De Groene Amsterdammer naar
aanleiding van het besluit om verkiezingen een jaar uit te stellen.
Anderzijds waren de problemen waarmee de nieuwe regering worstelde enorm. Naast de acute economische nood was er de problematiek rond de zuivering en de Indonesische kwestie. Nederlands-Indië was tot augustus 1945 nog bezet door de Japanners. Vervolgens riepen jonge Indonesische revolutionairen een onafhankelijke Republiek uit.
In Nederland was men niet bereid die onafhankelijkheid te aanvaarden. Integendeel: met uitzondering van de communisten vonden alle partijen dat de tijd nog niet was aangebroken voor een "Indië los van Holland."

Affiche van de CPN tegen het
Indonesie-beleid van de Nederlandse regering, RIOD
Schermerhorn bracht een sterke ministersploeg op de been, maar de debatten met de Kamer verliepen niet altijd even voorspoedig. Als vernieuwer had hij weinig op met formalistische parlementariërs, "kwaadsappige tegenstanders" (Schermerhorn, 81), die zich vooral lieten leiden door "het boekje", zoals hij de grondwet eens, in de hitte van het debat, ontactisch omschreef.
Daarnaast was er nauwelijks tijd voor behoorlijk overleg. Puinruimen was het devies. Tot woede van politieke tegenstanders legde Schermerhorn zijn beleid, via radio- uitzendingen onder de titel "Praatjes op de Brug" rechtstreeks uit aan het Nederlandse volk. In antirevolutionaire kring leverde dat hem de bijnaam "Willem de Prater" op. (Schermerhorn, 98).
{mospagebreak}Intussen kreeg de kwestie Indonesië in april 1946 (een maand voor de verkiezingen!) een dramatische wending. Luitenant-gouverneur-generaal Van Mook had vertegenwoordigers van de Republiek Indonesië naar Nederland gehaald en de regering Schermerhorn had zich laten overhalen op de Hoge Veluwe een conferentie met hen te beleggen.
Aan de conferentietafel zaten vooral PvdA-kopstukken. KVP-leider Romme sprak in de Volkskrant van "de week der schande" en veel Nederlanders waren het met hem eens dat de regering dreigde af te glijden. Zou Indië worden prijsgegeven zonder slag of stoot?
Tegelijkertijd leek de zogenaamd vernieuwde Partij van de Arbeid steeds meer een voortzetting van de oude SDAP. De verkiezingsuitslag van 17 mei 1946 bevestigde de mislukking van de doorbraak: de KVP werd de grootste partij van Nederland. ARP en CHU handhaafden zich, terwijl de communisten zich versterkten. Het kabinet Schermerhorn moest plaats maken voor het kabinet Beel.
Voorzitter van de commissie-generaal
Hoewel Schermerhorn zeer teleurgesteld was door het resultaat van de verkiezingen nam hij kort na de nederlaag opnieuw een zware uitdaging aan. Hij werd voorzitter van een speciale commissie die voor Nederlands-Indië, namens de regering, een "nieuwe rechtsorde" moest ontwerpen: de commissie-generaal.
Tijdens een afscheidsbezoek aan Het Loo, op 9 september 1946, kreeg Schermerhorn van Wilhelmina het verwijt te horen dat hij nog niet klaar was met de vernieuwing. Een verwijt dat hij zich zeer aantrok. (Schermerhorn, 73).
Naast Schermerhorn werden Van Poll (KVP) en De Boer (VVD) lid van de commissie. Zij dienden allereerst nauw samen te werken met luitenant-gouverneur-generaal Van Mook (die "ambtshalve" zitting had in de commissie.
Van Mook had in de herfst van 1945 al informele gesprekken gevoerd met Soekarno en Hatta, tegen de wens van de Nederlandse regering in. Nederland probeerde de radicalen in de Republiek te isoleren en tegelijkertijd te streven naar constructief overleg met gematigde nationalisten. Uiteindelijk slaagde Schermerhorn erin tot een overeenkomst te komen: het akkoord van Linggadjati (15 november 1946).
Er zou een Nederlands-Indonesische Unie worden gevormd, bestaande uit Nederland en de Verenigde Staten van Indonesië. De koningin zou aan het hoofd van de Unie komen te staan.

Ondertekening door Sjahrir en Schermerhorn van het Akkoord van Linggadjati
Operatie Product
Zowel bij de radicale nationalisten (die streefden naar een nationale eenheidsstaat, los van Nederland) in Indonesië als bij het Nederlandse parlement viel Linggadjati niet goed. Schermerhorn stemde erin toe, in overleg met de regering Beel, de Kamer tegemoet te komen door enkele voor Nederland gunstige bepalingen aan het ontwerp-verdrag toe te voegen: het akkoord van Linggadjati werd "aangekleed" en vervolgens door de Kamer aanvaard.
Met de uitvoering van het akkoord wilde het echter niet vlotten. De radicalen maakten ernstig bezwaar tegen de nieuwe bepalingen en traineerden de uitvoering van het verdrag. Ondertussen versterkten zij hun machtsbasis op Midden-Java (Djokjakarta). Schermerhorn kwam onder grote druk te staan om militair ingrijpen aan de regering in Nederland voor te stellen.

Oproep om als vrijwilliger mee te helpen Japan uit Indie te verdrijven, RIOD
Daarbij speelden ook partijpolitieke en economische belangen in Nederland een grote rol. Hoewel Schermerhorn een tegenstander van militair ingrijpen was liet hij deze optie toch open.
Hij kon, zo vond den Haag, geen duidelijke alternatieven aangeven en uiteindelijk besloot minister Jonkman tot ingrijpen door het leger onder de codenaam "Operatie Product"(officieel bekend als de eerste politionele actie, 21 juli - 4 augustus 1947).
Onder druk van de Veiligheidsraad moest Nederland weer aanschuiven aan de conferentietafel. De operatie had internationaal alleen maar gezichtsverlies opgeleverd en de positie van de radicalen in Indonesië verder versterkt.
Minister-president Beel zag daarna weinig heil meer in het optreden van de commissie-generaal en schoof Van Mook en Van Kleffens (vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties) naar voren. Schermerhorn werd in september 1947 bedankt voor zijn diensten.
Opnieuw was hij zeer teleurgesteld. Tot zijn verontwaardiging werd hem impliciet te verstaan gegeven dat hij ondubbelzinnig tegen een militaire actie had moeten adviseren en zo de negatieve gevolgen had kunnen voorkomen. In zijn Dagboek verwijt Schermerhorn zichzelf wel "...dat ik op het beslissende moment niet hard genoeg was en in het bijzonder niet sterk genoeg tegen het milieu" (Dagboek, 807).
{mospagebreak}Balans
Na het opheffen van de commissie-generaal bleef Schermerhorn een politiek betrokken wetenschapper (hij was van 1948 tot 1951 lid van de Tweede Kamer en tot 1965 lid van de Eerste Kamer), die nu echter buiten het licht van de schijnwerpers bleef.
Wel bouwde hij verder aan zijn internationale reputatie op het gebied van de luchtkartering. Zo was hij van 1951 tot 1965 directeur van het Internationaal Luchtkarteringsinstituut in Delft. Internationale erkenning voor zijn wetenschappelijk werk kreeg hij in de vorm van verschillende eredoctoraten en door de oprichting van het International Training Centre for Aerial Survey (1949).
Schermerhorn was premier tijdens een uitzonderlijk moeilijke periode in de Nederlandse geschiedenis. Puchinger concludeert:"(...) eigenlijk moeten we dankbaar zijn dat een zo integer man, zo gaaf van karakter en vrij van iedere jacht naar macht en aanzien, geroepen werd in die roerige tijd met onbegaanbare wegen, het voortouw te nemen bij de ondoenlijk zware taak van de wederopbouw." (Puchinger, 184).
Martha Spanjaard, secretaresse van Schermerhorn tijdens zijn politieke en wetenschappelijke carrière, stelde tegenover haar baas (wat minder prozaïsch dan Puchinger) vast: "Wel, fotogrammetrie is toch eenvoudiger, professor!" (Schermerhorn, 106)

Het kabinet Schermerhorn - Drees, 24 juni 1945 - 3 juli 1946, Foto ANP
Bronnen
Het Dagboek van Schermerhorn. Groningen, 1970
W. Schermerhorn, Minister-president van herrijzend Nederland. z.p, 1977
Dr. L. De Jong, Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, dl 11c, 12 (eerste en tweede helft)
G. Puchinger, Nederlandse minister-presidenten van de twintigste eeuw. Amsterdam, 1984

 

 
Bericht geplaatst in: artikel