ZWARTE HAND

Geplaatst op 18 augustus 2005 door Matthijs van den Beukel
Complottheorieën zijn altijd populair geweest. De Zwarte Hand is een tijdschrift in boekvorm waarin complottheorieën en al dan niet historische geheimzinnigheden besproken worden.
Complottheorieën zijn altijd populair geweest. Wie vermoordde John F. Kennedy? Houdt de Amerikaanse overheid informatie over UFO’s achter? Wat zit er achter de Bilderberg-conferentie? En hoe zit het met de vrijmetselaars?
 
De Zwarte Hand is een tijdschrift in boekvorm waarin allerhande complottheorieën en al dan niet historische geheimzinnigheden besproken worden. In de inleiding wordt gemeld dat in dit tijdschrift ‘de geheime dossiers werkelijk openheid’ geven en we kunnen lezen ‘wat in de ‘mainstream’-media geen of onvoldoende aandacht krijgt.’
 
Het tijdschrift bestaat uit drie lange artikelen en een sectie ‘Archief X’ met allerlei kleinere ‘onthullingen’. In Archief X gaat het onder andere over de opgraving van het beeldje ‘de Leeuwmens’ en de daarmee gepaard gaande vernieuwde inzichten in de cultuur van prehistorisch Europa, de restauratie van Stonehenge, de oorzaak van de miljoenensterfte onder de indianen in Amerika en het belgedrag van terrorist Moussaoui.
 
Stuk voor stuk interessante, grappige en verrassende uitweidingen, maar omdat het door de vormgeving niet heel erg duidelijk is wanneer het ene onderwerp wordt afgesloten en het volgende wordt begonnen, zorgt dat af en toe voor wat rare connecties bij de lezer (wat heeft het bezoek van Jacques Chirac aan Saddam Houssein te maken met kannibalisme en het Russische rugbyteam?).
 
Het tijdschrift opent met een artikel van Vincent Dumas over een aantal geheimzinnige gebeurtenissen rond de 11de september. Naar het schijnt waren er in de maanden voorafgaand aan de terroristische aanslagen van 11 september Israëlische spionnen die zich voordeden als kunststudenten in de Verenigde Staten bezig met een grote operatie.
 
Dumas geeft aan dat dit soort ‘friendly spying’ vaker voorkomt. Wat opvalt aan deze operatie, is dat de Israëlische kunststudenten verbleven in dezelfde straat in het stadje Hollywood in Florida waar ook de kapers van 11 september verbleven. Toeval of niet? Dumas biedt argumenten voor beide opties, maar een definitief antwoord blijft uit. Een ander opvallend aspect is dat een groot mediaschandaal over de operatie uitblijft. Het lijkt alsof de media zich niet willen branden aan dit schandaal, hetgeen uiteraard een gezonde voedingsbodem is voor de nodige complottheorieën.
 
Het tweede lange artikel, geschreven door Ankie Nolen, zet de feiten rond het kasteel Rennes-le-Château op een rijtje. De dorpspastoor François Bérenger Saunière heeft tijdens een restauratie van parochiekerk in 1887 een groot geheim ontdekt, want vanaf 1891 tot zijn dood begon de pastoor per maand minstens 160.000 francs uit te geven, hoewel zijn salaris als pastoor slechts 30 francs bedroeg. In het artikel legt Nolen verschillende verklaringen uiteen. In de parochiekerk zou een schat van de Tempeliers verborgen kunnen liggen. Een andere verklaring is dat de dynastie der Merovingen er hun erfenis hebben verborgen.
 
Tenslotte zijn er nog de geruchten dat Saunière een geheim ontdekte over Jezus Christus, die zich na zijn vermeende kruisdood met Maria van Magdalena zou hebben terug getrokken in het gebied rond Rennes-le-Château. Het Vaticaan zou dit geheim niet graag openbaar zien worden (een bekend thema uit de bestseller De DaVinci Code van Dan Brown) en betaalde de pastoor om zijn mond te houden.
 
{mospagebreak}Het laatste lange artikel tenslotte is van de hand van Tommie Hendriks, de man die de ideeën van de Duitse filosoof Francesco Carotta promoot in Nederland. Niet geheel verwonderlijk gaat zijn artikel dan ook over het omstreden boek van Carotta: Was Jezus Caesar?
 
Het grootste gedeelte van het artikel lijkt echter niet zo zeer te gaan over de vraag of Jezus inderdaad een voortvloeisel was van de cultus rond Julius Caesar, maar over hoe kinderachtig en belachelijk de tegenstanders van Carotta (en dus van Hendriks) zich gedragen.
 
Met name de oudheidkundige Van Hooff krijgt er flink van langs, tot op het irritante af. Niet alleen worden de argumenten van tegenstanders de grond in gestampt, maar vooral Van Hooff wordt ook op zijn gedrag aangesproken.
 
Helaas zorgen deze persoonlijke vetes er voor dat de provocerende kracht van de ideeën van Carotta enigszins teniet gedaan wordt. Want die ideeën zijn op zijn minst zeer interessant. De levens tussen Julius Caesar en Jezus Christus lijken namelijk zeer parallel te verlopen. Hoewel Hendriks zijn best doet om de theorie van Carotta op een wetenschappelijk fundament te vestigen, komt zijn betoog na de lange tirade tegen alle tegenstanders minder geloofwaardig over. Hoe kritisch is immers, wetenschappelijk gezien, de fanatieke fan?
 
Om het tijdschrift te verantwoorden meldt men in de inleiding van De Zwarte Hand dat we op internet weliswaar informatie in overvloed kunnen krijgen over complottheorieën en andere mysteries, maar dat De Zwarte Hand een meerwaarde heeft omdat het deze informatie bundelt en analyseert, zodat alleen dat wat waar is gemeld wordt.
 
Deze drang naar waarheidsgetrouwe tekst is bewonderenswaardig, maar het is al snel duidelijk dat dit ook een handicap oplevert. Immers, complottheorieen en mysteries ontstaan niet omdat de waarheid omtrent een gebeurtenis, persoon of geschrift overduidelijk is. Dat zorgt ervoor dat geen van de artikelen in het tijdschrift met een duidelijk antwoord komt en het allemaal wat vaag blijft.
 
Verschillende opties voor de verschillen theorieën, dat wel, maar geen definitieve antwoorden die nergens anders te vinden zijn.
 
Al met al levert De Zwarte Hand leuke wetenswaardigheden en interessante artikelen, maar van grondig historisch is geen sprake. Een leuk tijdschrift voor mensen die houden van boeken van als de eerder genoemde DaVinci Code, maar niet een tijdschrift dat een vernieuwende bijdrage levert aan de historische discussies.
 
Bericht geplaatst in: artikel