NOSTALGIE IN MEERVOUD

Geplaatst op 29 maart 2021 door Olivier Rieter
Nostalgie in meervoud
Refrein van 'Het Dorp' (tekst Friso Wiegersma)

‘Nostalgie is van alle tijden’, hoor je weleens beweren.

 Men verwijst dan bijvoorbeeld naar het heimwee van Odysseus, naar arcadische denkbeelden en naar pastorale poëzie uit de Oudheid. Een dergelijke aandacht voor het vermeende oude verleden van het begrip, is, paradoxaal genoeg, enigszins ahistorisch. De ‘universele’ variant van nostalgie, die wordt onderzocht door sommige sociale wetenschappers, is slechts een van de vele vormen van nostalgie. Het veelvormige verschijnsel heeft een eigen geschiedenis en kent tal van verwante concepten, die soms in elkaar overlopen.

 Pas in de zeventiende eeuw werd het woord nostalgie bedacht door een jonge arts die het heimwee van Zwitserse huurlingen in het buitenland onderzocht. Het was aanvankelijk dus de afstand in plaats, niet die in tijd, die van belang was. Later veranderde het begrip van betekenis; het werd eerst een psychische aandoening, om in de loop van de twintigste eeuw steeds meer met een gevoel van zoet verlies te worden, verbonden met een afstand in tijd. Aan het einde van de vorige eeuw ontstond ook zoiets als ironische nostalgie of knipoogesthetiek in de vorm van retro. Het werd deels een visuele stijlvorm, zo toont kunsthistorica Christine Sprengler* in een verfrissende studie. Verder kunnen fenomenen als ‘vintage’ en ‘onthaasten’ onder de noemer nostalgie geplaatst worden. En dan is er nog jeugdsentiment, een vertederd terugblikken op de eigen jeugd.

Wie de term ‘nostalgia’ invoert op Google Ngrams (waar woordfrequentie in miljoenen publicaties wordt bijgehouden), ziet dat het gemiddelde gebruik van het woord in recente decennia sterk is toegenomen. Een dergelijk kwantificeren is echter enigszins riskant, gezien de vele varianten die allemaal met dezelfde term worden verbonden, maar die vaak sterk van elkaar verschillen. Het is bij kwantitatief onderzoek soms onduidelijk wat er precies geteld wordt. Duidelijk is hoe dan ook dat het woord in de loop van de vorige eeuw een steeds groter percentage van alle gebruikte woorden vertegenwoordigde.

Het is een aloude discussie: zijn mensen in alle tijden hetzelfde of zijn zij in elk tijdvak anders? Onze tijd is die van het massale: massacommunicatie, massaproductie en massatransport, ooit mooi in kaart gebracht door de historicus Auke van der Woud**. Een veel besproken variant van hedendaagse nostalgie kan gezien worden als een reactie op ingrijpende veranderingen in het industriële en later het informatietijdperk. Het belang van grenzen wordt bedreigd door transportmiddelen en tegenwoordig zeker ook door het internet, waardoor mensen zich steeds meer verbonden kunnen voelen met mensen van ver weg. Het overschrijden van grenzen, via virtuele en digitale wegen, houdt zo ook het relativeren van het belang van nationalisme in. De huidige populistische variant van nostalgie komt deels voort uit angst dat internationale verbroedering de natie irrelevant zal maken. Het is een reactie op een voor onze tijd specifieke verandering (de opkomst van internet en mobiele communicatie), door de schaal niet vergelijkbaar met reacties in eerdere perioden op eerdere veranderingen (buiten de verspreiding van de boekdrukkunst).

Het is zonder meer zo dat mensen ook in het verre verleden al terugverlangden naar nog verder terug gelegen verledens, naar gouden tijdperken. Dit type nostalgie (dat toen nog niet zo heette) heeft de eeuwen overleefd. De huidige nostalgie is echter veel complexer. Het begrip is gemuteerd en gecombineerd met andere verschijnselen. Het probleem met de meningsvorming over nostalgie is dus dat er vele, soms tegenstrijdige definities van bestaan. Het is geen eenduidige term, maar bij uitstek een ambivalent begrip. Daarom spreken sommige wetenschappers liever over het meervoud: nostalgieën.

Verwant met moderne nostalgie is het fenomeen ‘nostalgiseren’, de actieve variant van het verschijnsel: het bij jezelf of een ander veroorzaken van een nostalgisch effect. Nostalgie kan retorisch worden geconstrueerd. Deze retoriek zegt vaak meer over de huidige tijd, dan over het verleden. Men maakt dan gebruik van het verleden met een bepaald doel, bijvoorbeeld het omgaan met een onvolkomen heden.

Er zijn vele nostalgiseringstechnieken: van het plaatsen van sepia filters over hedendaagse foto’s tot gebruik maken van archaïsch gespelde woorden en ouderwetse, lange, kommarijke zinnen, en van het aanbrengen van trapgevels in nieuwbouwwijken tot het zich in historiserende dracht uitdossen tijdens het Dickensfestijn in Deventer en van het vervaardigen van scrapbooks over de geschiedenis van de eigen voorouders tot het prikkelen van de zintuigen met stimuli van ‘vroeger’.

Het Dickensfestijn in Deventer, foto J. Wermenbol

Nostalgieën lijken blijvend deel te zullen uitmaken van de moderne tijdservaring, zeker in tijden van (permanent?) viraal onheil, ook al omdat het materiaal dat nostalgie oproept (bijvoorbeeld liedjes, foto’s, series en films) in steeds toenemende mate voorhanden is, via allerlei digitale kanalen. Volgens de wetten van de mediaconsumptie zal datgene wat ruim beschikbaar is, ook gebruikt worden. Dat is een realiteit. Nostalgie reduceren tot louter de Baudetvariant (of een van de andere varianten) is onverstandig, omdat men dan getuigt van een gebrekkig inzicht in een ambivalent meervoudig verschijnsel dat veel zegt over het leven in het heden.

*Christine Sprengler, Screening nostalgia (New York/Oxford 2009)
**Auke van der Woud, Een nieuwe wereld. Het ontstaan van het moderne Nederland (Amsterdam 2007)

Over de auteur
Olivier Rieter is gepromoveerd op onderzoek naar nostalgie en is voorzitter van de Stichting Nostalgisch Erfgoed. Hij schrijft stukken over nostalgie op www.barbarus.org. Zijn rijk geïllustreerde boek over katholieke nostalgie en antinostalgie in Noord-Brabant, getiteld ‘Leven in herinnering’ is verkrijgbaar via www.picturespublishers.nl

 

Bericht geplaatst in: column