GESCHIEDENISONDERWIJS 1965 - 2023

Geplaatst op 13 mei 2026 door Reinard Maarleveld
Geschiedenisonderwijs 1965 - 2023
Buste van Socrates in het Louvre, CC Wikipedia

Als het gaat over beter geschiedenisonderwijs ben ik in ieder geval ervaringsdeskundige. Dus laat ik ook maar eens een duit in het zakje doen. "Wat bedoelt u daarmee, meneer, 'een duit in het zakje doen', wat betekent dat?"

Om de een of andere reden is er weer een discussie aan de gang over de stand van zaken in het geschiedenisonderwijs. Laat ik daarom eens teruggaan naar mijn tijd als leerling, student en leraar en dan mogen jullie zeggen in welke periode het nog niet zo slecht geregeld was.

Basisschool 1965 - 1968
Op de Dr. Abraham Kuyperschool werd vanzelfsprekend de christelijk-historische visie uitgedragen. Behalve overzichtelijk was die zienswijze ook uitermate romantisch. Om te beginnen was er alleen vaderlandse geschiedenis. Die begon met de hunebedbouwers en eindigde met de Tweede Wereldoorlog. We bleven vrij lang hangen in de Tachtigjarige Oorlog. Ook de Boerenoorlogen werden tot de vaderlandse geschiedenis gerekend. In de schoolbibliotheek stonden de boeken van L. Penning vooraan.

Elk tijdvak was een Lord of the Rings-achtige strijd tussen Goed en Kwaad en we concentreerden ons op de hoofdfiguren en dat waren vrijwel altijd mannen. Met uitzondering van vrouwen die zich als mannen gedroegen (Kenau op de stadswallen van Haarlem) of extreem verzorgend waren ingesteld (Charlotte de Bourbon die dagenlang de kogelwond in de hals van Willem van Oranje dichtdrukte en vervolgens van uitputting stierf). Alva en Filips II waren de grootste schurken aller tijden. En Willem van Oranje hield, doorzeefd met kogels, nog een hele toespraak in het Frans en in het Nederlands voordat hij de geest gaf. We geloofden het allemaal onvoorwaardelijk. 

De Stadhouderloze Tijdperken werden overgeslagen of kort neergezet als een periode waarin hebzuchtige regenten de dappere Oranjes met lage listen het bos in hadden gestuurd. Michiel de Ruyter en Maarten Tromp schitterden op zee en schoten de kansloze Engelse, Spaanse en Franse schepen voortdurend aan barrels. Op 10 mei 1940 hadden de Duitsers ons brave en niets vermoedende landje verraderlijk overvallen. Ondanks heftige en onverwachte tegenstand moesten we ons uiteindelijk overgeven maar daarna ging bijna iedereen in het Verzet. Helaas konden we niet voorkomen dat Joodse Nederlanders werden vermoord door de Nazi's. Er werden ruim onderduikadressen aangeboden maar het mocht niet baten. 

Tot zover de inhoud. Hoe werd die berg aan kennis nu overgedragen? Dat ging vooral aan de hand van schoolplaten en verhalen voor de klas van de meester (ik had geen juf op de Kuyperschool). Soms was er een boekje maar dat was dan vooral in het kader van een herdenking of jubileum. Er was geen handboek of methode. Overhoringen en toetsen waren er voor geschiedenis bijna niet, maar als er eentje voorbij kwam ging het vooral om namen, jaartallen en feiten. Luisteren en reproduceren waren de belangrijkste vaardigheden. Ik vond de verhalen geweldig, las alles van Penning (die smerige Rooibaatjes en die recht-door-zee Boeren die zo goed voor hun Kaffers en Hottentotten zorgden) en genoot van de rust en vrede in de klas. Een 'veilige leeromgeving' heet dat tegenwoordig. 

De middelbare school 1968 - 1976
Van de Kuyperschool naar het Groen van Prinstererlyceum leek een kleine stap maar het geschiedenisonderwijs zag er anders uit. De meester was een meneer of mevrouw geworden. Voor geschiedenis had ik meneer Lafeber, die veel vertelde aan de klas maar ook gebruik maakte van een handboek: 'Wereld in Wording'. Grieken en vooral Romeinen waren zijn ding. En daar was alle ruimte voor. Voor de Punische oorlogen en de tocht van Hannibal over de Alpen trok hij maanden uit. 'Wereld in Wording' voor klas 1 en 2 was een gebonden uitgave met heel veel tekst en hier en daar een klein zwart-wit plaatje (buste van Julius Caesar). Ik herinner me geen werkboek of oefenvragen. Ook hier was reproductie de voornaamste vaardigheid. Er waren regelmatig (onverwachte) overhoringen en repetities. Ik raakte op die school op het verkeerde pad en werd na twee jaar weggestuurd. Alleen voor geschiedenis en gymnastiek had ik nog voldoendes. 

Van 1972 tot 1974 'zat ik op' de Rehobothmavo. Weer terug in de schoot van de gereformeerde geschiedschrijving. Maar godzijdank kregen we nu onderwijs over recentere tijden. Meneer Rookhuizen was een groot fan van de Verenigde Staten van Amerika in het algemeen en van president John F. Kennedy in het bijzonder. Hij hield zich vooral bezig met wat nu 'Big History' wordt genoemd. Met hele grote stappen door de tijd heen gaan om, dat dan weer wel, terug te keren bij zijn held JFK. Wat zou de wereld er anders hebben uitgezien als hij dat ritje door Dallas tijdig had afgezegd. Maar helaas. Rookhuizen toetste wel maar elke antwoord bestond uit een naam of een jaartal. Hij knipte proefwerkblaadjes dan ook in de lengte doormidden, dan had je al genoeg ruimte. Ik denk wel dat we een handboek hadden maar daar is me weinig van bijgebleven. Een vraag met antwoord weet ik nog wel. Vraag: "Wat weet je van president Wilson?" Antwoord: "In 1914 werd het Panama-kanaal geopend". 

Rookhuizen was een goed verteller en, dat was nieuw voor mij, hij gebruikte het krijtbord om zaken op te schrijven. Verder dicteerde hij veel. Dat ging prettig langzaam. Hij had een bronzen stemgeluid maar kon ook heerlijk daveren en hard lachen. Wanneer hij ons iets liet opschrijven was dat de Historische Waarheid en niets dan de Waarheid. 

Van 1974 tot 1976 bezocht ik de Scholengemeenschap Spieringshoek, voorheen het St. Liduinalyceum. Hier ging een historische wereld voor mij open. Allereerst was deze school katholiek en dat gaf een heel andere sfeer. Daarbij was de revolutie van mei 1968 in de scholen doorgedrongen en docenten hadden lang haar, een spijkerpak en sommigen kwam je in het weekend in de kroeg tegen. Vier jaar lang kreeg ik les van Theo Holland (meneer Holland voor mij natuurlijk) en dat was een verademing. We hadden een boek ('Thema en Taak') maar dat was vooral een naslagwerk. We zaten niet in rijen maar in een carrévorm waardoor je ook met elkaar in gesprek kon gaan. Wat Holland vertelde zette mijn wereldbeeld op zijn kop. Toch weer: de vertelling, het doceren, als belangrijkse middel om kennis over te dragen. Maar, dat was wel een nieuw element, nu meer in de vorm van een gedachtenwisseling over de geschiedenis. Met de leraar maar ook tussen leerlingen onderling.

Dat wereldbeeld was overigens al behoorlijk aangetast door mijn kennismaking met de literatuur. Vestdijk, Reve, Campert, Wolkers en Hermans sloopten de christelijk-historische levensbeschouwing voorgoed. Iedereen werd links. Saigon werd bevrijd door het Noord-Vietnamese leger. De Amerikanen waren imperialistische moordenaars (Holland) en geen beschermers van het Vrije Westen (Rookhuizen). En de wereld bleek groter en diverser. Holland vertelde over Strawinsky, Tolstoj, Sartre. Volgens Holland waren Castro en Mao grote bevrijders en Joris Ivens had met zijn film, die wel een hele dag duurde, over de Culturele Revolutie ('Hoe Yukong de bergen verzette') een meesterwerk geschapen. Zo was het allemaal niet, bleek later.

De universiteit 1976 - 1983
Wat heb ik daar geleerd? Schrijven van een samenhangend verhaal, verschillende invalshoeken zien, begrijpen en kritisch (sleutelwoord in die tijd!) beoordelen. Veel en dikke handboeken (Palmer, Roebuck, Painter) lezen en eindeloos veel Readers (gebundelde stukjes uit boeken, heel verbrokkeld) doorworstelen (zelfstudie dus) met daaraan gekoppeld werkcolleges en hoorcolleges. Hoorcolleges waren soms briljante en amusante voordrachten (Hermann von der Dunk) en soms wat saaier (Wallinga). Maar meestal kwam ik er wel enthousiast uit en soms liep ik meteen naar Wristers of Broese om een besproken boek aan te schaffen. In werkcolleges stonden vaak specialistische onderwerpen centraal (6 maanden over Het Placcaat van Verlatinge) en de docenten die ik daar ontmoette (sorry heren!) leken mij hele saaie pieten. Wat ik daar wel geleerd heb is aantekeningen maken, notuleren, dus luisteren en schrijven tegelijk. 

Voor de klas 1985 - 2023
Ik begon in een periode van vernieuwing. Feiten, vaderlandse geschiedenis, algemene kennis stonden op de tocht. We moesten thematische wereldgeschiedenis gaan bedrijven. Vrouwen, oorlogen, kolonialisme, opvoeding. En veel minder tekst en veel meer plaatjes en bronnen. Inleving in en begrijpen van andere wereldbeelden dat was de kern van geschiedenis. Geen jaartallen en feitjes meer. 

Zo rond 2000 kwam daar een reactie op. Bij de doorgeleerde volwassenen ontstond het idee dat leerlingen 'niets meer wisten' van de geschiedenis van hun eigen omgeving. Zoiets als: 'leerlingen weten wel iets van de opvoeding van vrouwen bij de Romeinen maar van de NSB hebben ze nog nooit gehoord.' Op hoog niveau werd besloten tot een terugkeer naar de basis en hoogleraren De Rooy (de tien tijdvakken) en Van Oostrom (de Canon) moesten de klare lijn terugbrengen in het geschiedenisonderwijs. Uit die beweging kwamen ook de 'kenmerkende aspecten' voort. 49 kenmerken die pasten bij de 10 tijdvakken van de Rooy en (arme leerlingen) door examenkandidaten havo en vwo van buiten moesten worden geleerd. Al mochten havo-leerlingen op het centraal examen de eerste drie tijdvakken plus bijbehorende aspecten overslaan. 
Achteraf heeft die hele ontwikkeling denk ik te maken met inschatting van sommige beleidsbepalers dat Nederland ten onder ging aan de multiculturele samenleving en het met open armen ontvangen van vreemdelingen. Bolkestein en Fortuyn waren flink aan de boom aan het schudden. De appeltjes van Oranje moesten weer geplukt worden. Wat was er mis met het stampen van liefst vaderlandse  jaartallen en feiten?

Op dit moment zien we de slinger weer terugbewegen. Er is de roep om 'Big History', wereldgeschiedenis, thematische geschiedenis. De kenmerkende aspecten worden naar de schroothoop verwezen en de tien tijdvakken staan onder druk. En terecht. Onze tijd is volgens indeling van De Rooy de 'Tijd van televisie en computers'. Mijn vrouw en ik zitten nog braaf naar het Journaal op Nederland 1 te kijken maar welke tiener kijkt nog TV? 

De laatste 20 jaar is de druk op leerlingen tijdens de les wel groter geworden. Vragenboeken werden dikker, tekstboeken dunner (en steeds meer illustraties). Zelf vragen maken, zelf nakijken, de rol van de leraar werd kleiner. Een coach en begeleider in plaats van de wijsgeer die het verleden kon begrijpen en uitleggen. 

Wat de beste methode is om historische kennis en vaardigheden over te dragen weet ik, ondanks zestig jaar onderwijservaring, niet. Ook de geschiedenisleraar is een kind van zijn tijd. De tien tijdvakken en de kenmerkende aspecten hebben hun langste tijd gehad. Europa en de wereld komen steeds vaker de huiskamer binnen. Dat zal de Canon ook onder druk zetten. Maar uiteindelijk draait het toch om de leraar. Die moet inspireren, aanzetten tot lezen, kijken, overdenken, proberen leerlingen iets bij te brengen.

Soms lukt dat soms lukt het niet. Ik vertelde eens een buitengewoon helder verhaal over de oorzaken van het falen van het Amerikaanse ingrijpen in Vietnam. "Dit doe je echt goed", zei ik tegen mezelf, terwijl ik de ene na de andere interessante conclusie trok, "ga zo nog even door, goed bezig man". Achterin de klas stak een meisje haar vinger op. Ze keek me in lichte paniek aan: "meneer, waar heeft u het eigenlijk over?"

 

 

 

Bericht geplaatst in: column