MUSSERT. REIS NAAR HET KWAAD.
Auke Kok schreef een stevige biografie van Anton Mussert. "Een reportage van zijn leven: dat was mijn plan."
Volgens Kok is Mussert in de geschiedschrijving tot nu toe teveel afgeschilderd als een "verdwaald burgermannetje" die weinig of niets voorstelde. Hij vindt die lijn terug in het werk van Loe de Jong, de biografische schets van Ronald Havenaar (1978) en (zij het in veel mindere mate) in de biografie van Jan Meyers (1984).

Kok wijst op een tegenstrijdigheid in de beoordeling van Mussert door tijdgenoten en door de eerste naoorlogse generatie. Enerzijds was de leider van de NSB "een naieve en machteloze namaakfiguur" maar anderzijds "een levensgevaarlijke landverrader." Dat staat, volgens Kok, een serieuze beoordeling van de persoon Mussert in de weg. Deze biografie, "gebaseerd op jarenlang onderzoek in archieven, gesprekken met deskundigen en familieleden, op het analyseren van oude films en foto's" moet een ander beeld geven. Minder moraliserend en "zo waarachtig mogelijk". De vraag is of Kok daarin is geslaagd.
Het boek (446 pagina's, exclusief literatuurlijst, verwijzingen en een extern persoonsregister) leest als een thriller. Dat is een knappe prestatie. Kok maakt handig gebruik van zijn bronnen. Dat zijn vooral berichten uit kranten, tijdschriften, notities en herinneringen van ooggetuigen. Dat houdt de vaart erin. Zijn werkwijze doet denken aan de manier waarop acteur Daan Schuurmans Het Verhaal van Nederland presenteert. Je stapt in een scene en en loopt even mee met de hoofdfiguren en dan verschijnt op de achtergrond plotseling Daan (Auke) die vertelt wat er precies aan de hand is.
Het leven van Mussert wordt zo op de voet gevolgd. Zijn jeugd in Werkendam, een moeizame middelbare schoolperiode en vervolgens de keuze voor een studie weg- en waterbouw in Delft, waarna een zich mooie carriere als waterstaatkundig ingenieur lijkt te ontwikkelen. In de crisisjaren (vanaf 1929) is de Italiaanse dictator Benito Mussolini een inspirerend voorbeeld voor Mussert. Hij stelt zich een Groot Nederland voor (Vlaanderen en Nederland samen) met de overzeeese gebieden als economische aanjager voor een welvarend imperium. Natuurlijk onder aanvoering van Algemeen Leider (zijn NSB-titel) Anton Mussert.
In de jaren dertig komt Mussolini steeds meer in de schaduw te staan van Adolf Hitler en diens NSDAP. Ook Mussert ziet dat het politieke zwaartepunt van het fascisme (de Italiaanse beweging) naar het nationaal-socialistisme (de Duitse variant met een sterk accent op racisme en antisemitisme) verschuift. Voor zichzelf heeft hij, als gezegd, vanaf het begin niet de minste rol in gedachten: hij moet Leider worden, de Nederlandse variant van Duce en Fuhrer.
Na het NSB-succes bij de Provinciale Verkiezingen van 1935 (bijna 8% van de stemmen) volgt een terugval bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1937 (iets meer dan 4 %) maar Mussert marcheert onverdroten door. Hij blijft geloven in zijn Leiderschap en de NSB-idealen. Al vinden er aanpassingen plaats op grond van Hitlers successen in Duitsland. Het antisemitisme sluipt de kolommen van Volk en Vaderland (het NSB-blad) in en in de toespraken van Mussert wordt steeds meer uitgehaald naar 'samenzweringen van het internationale jodendom'.
Musserts streven naar een zelfstandig Nederland, ook na de bezetting door Nazi-Duitsland in mei 1940, blijft overeind. Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart, Hanns Rauter, de hoogste SS-officier in Nederland, en Fritz Schmidt ('Generalkommissar') worden dan zijn directe gesprekspartners. Kok beschrijft levendig hoe Mussert zijn best doet de onafhankelijkheid van Nederland te bewaren en de NSB als organisatie uit de klauwen van de SS te houden. Seyss-Inquart en Rauter houden hem aan het lijntje, bijvoorbeeld door voor Mussert af en toe ontmoetingen met Heinrich Himmler (de baas van de SS) en Hitler te regelen. Teglijkertijd proberen zij Mussert, als tegenprestatie, zover te krijgen dat hij de NSB steeds meer inzet voor de oorlogsdoelen van Nazi-Duitsland. En dat lukt steeds beter naarmate de oorlog vordert. Mussert beseft dat ook maar ziet geen andere weg.
Mussert schuwt af en toe de confrontatie met het Duitse gezag niet. Zelfs Himmler mag op een kritische noot rekenen. Kok vindt die vasthoudendheid een positieve eigenschap van Mussert. Ook als duidelijk wordt dat een Geallieerde overwinnning nog slechts een kwestie van tijd is blijft de Leider van het Nederlandse Volk (zo mag hij zich van Hitler noemen) geloven in een belangrijke politieke rol voor de NSB. Nog sterker: tijdens zijn gevangenschap krijgt hij nog Engelse les van een medegevange. Volgens Kok om alvast voorbereid te zijn op een rol in een nieuw staatsbestel mogelijk onder Engelse leiding. "Hoeveel kan een mens zichzelf wijsmaken?", had Kok zich in zijn inleiding al afgevraagd.
Het boek eindigt met de executie van Mussert op 7 mei 1946. Je zou verwachten dat de auteur daarna nog een soort van balans opmaakt. Zijn er nieuwe zaken aan het licht gekomen? Heeft deze biografie het beeld van Mussert veranderd? Zaten De Jong, Havenaar en Meyer op het verkeerde spoor? Maar Kok gaat daar verder niet op in. Dat is wel een gemis. Ik trek dan zelf maar de conclusie dat het beeld van Mussert door dit boek niet veel veranderd is. Mussert was iemand die zichzelf enorm overschatte, een ijdeltuit eerste klas die maar niet wilde inzien dat hij door Seyss-Inquart en Rauter getolereerd werd om de NSB voor de Nazi-kar te spannen. De ogenschijnlijk ongeloofwaardige tegenstelling waarnaar Kok in zijn inleiding verwijst (je kunt niet tegelijkertijd een schertsfiguur zijn en een levensgevaarlijke landverrader) wordt in het boek niet weerlegd, maar eerder bevestigd.
De reportage-aanpak van Kok staat garant voor een prettig leesbare biografie. Maar af en toe wordt het bijna jongensboekachtig. "Na de verkiezingen moet Mussert er echt even uit." "Hij was getergd; en iets van verbittering, van wrok zelfs, zal hem niet meer verlaten." De overtreffende trap bereikt Kok bij de executie op de Waalsdorpervlakte: "Ergens recht van hem de Noordzee, de zoute wind die met zijn haren speelt, en dan onbewogen kijken." Het mag natuurlijk, maar wordt hier niet de grens tusen fictie en non-fictie overschreden?
Een ander voorbeeld. Kok beschrijft hoe Mussert, kort voor zijn arrestatie, vanuit de Secretarie van Staat aan het Korte Voorhout uitkijkt over het Buitenhof en daar het standbeeld van Johan van Oldenbarnevelt ziet. Dat brengt hem tot bespiegelingen over vermeende landverraders die uiteindelijk helden blijken te zijn, zoals Van Oldenbarnevelt, de gebroeders De Witt en Schimmelpenninck. Een mooie scene, maar dat standbeeld is er pas in 1954 neergezet. Fictie dus.
Het beeldonderzoek in deze biografie is mager. In het nawoord geeft Auke Kok aan dat René Kok (naar ik aanneem geen familie) van het NIOD veel foto's heeft aangedragen. Misschien dat de uitgever om kosten te sparen ervan heeft afgezien om sommige foto's in groot formaat af te drukken. Maar je wilt als lezer toch graag weten wie we op die foto zien, wie het plaatje heeft gemaakt en waar het vandaan komt. Ook al zijn ze klein afgedrukt. Mussert en Seyss-Inquart, dat snap ik, maar wie zijn die anderen? Mussert en Rauter naast elkaar, maar staat Rauter dan links of rechts van Mussert? En weer: wie zijn de anderen? Een onderschrift bij een andere foto: "Mussert en Van Geelkerken in betere tijden." Jawel, maar wanneer was dat precies en waarom heeft Mussert een enorm boek onder zijn arm?
De mooiste foto's staan op de omslag: een vastberaden kijkende Algemeen Leider en Mussert die, zo lijkt het, Himmler een reprimande geeft. Maar zo was het niet.
Auke Kok
Mussert. Reis naar het kwaad.
Hollands Diep
Hardcover
ISBN 9789048867059
480 pagina's
€ 35