INDICULUS, HEIDENSE EN BIJGELOVIGE RITUELEN UIT DE VROEGE MIDDELEEUWEN

Geplaatst op 1 augustus 2022 door Leon Mijderwijk
Indiculus, Heidense en bijgelovige rituelen uit de vroege middeleeuwen
Een Keltiscche druide, illustratie uit de 19e eeuw. Bron: Wikipedia

In Indiculus beschrijft Luit van der Tuuk heidense en bijgelovige rituelen uit de vroege middeleeuwen.

Welke oorsprong hadden heidense en bijgelovige gebruiken? Hoe ging de christelijke kerk om met het volksgeloof? Welke invloed hadden die rituelen op de christelijke doctrine? Indiculus geeft zicht op de spirituele wereld van de vroege middeleeuwer. Het is een boeiende wereld. 

‘Wij verordenen dat u jaarlijks op tweede pinksterdag, gesteund door de Heilige Geest, de schutspatroon van de kloosterkerk in een lange processie in uw parochies rond zult dragen.'

Op het eerste gezicht is er niets aan deze tiende-eeuwse verordening dat vreemd aandoet. Een processie is een typisch gebruik in katholieke gebieden, tot op de dag van vandaag. Dat door de abdis die dit uitschreef tot deelname aan een optocht werd opgeroepen, was logisch. Hoe meer zielen, hoe meer aanzien. Zelfs de Heilige Geest was van de partij. Opmerkelijker wordt deze aansporing tot een ommegang langs de akkers als je bedenkt dat deze christelijke traditie een voortzetting is van een gebruik waarbij het volk heidense goden meevoerde. De kerk erkende dat deze rituelen moeilijk waren tegen te gaan. Vanuit de gedachte if you can’t beat them, join them werden de oude goden vervangen door nieuwe heiligenbeelden en werd de processie gekerstend. In Indiculus van Luit van der Tuuk staan tal van heidense en bijgelovige rituelen die in meer of mindere mate door kerkelijke leiders werden bestreden. Als zij op den duur erkenden dat dit weinig soelaas bood, werden gebruiken in aangepaste vorm omarmd en onderdeel van de christelijke riten.

Het geloof in een bovennatuurlijke wereld was sterk in de vroege middeleeuwen. Er waren tal van verschijnselen waarvoor de middeleeuwers geen verklaring hadden. Er doemden gevaren op waarvoor zij bescherming zochten. ‘Hun zoektocht leidde tot een spirituele levenshouding, waarbij zij in hun onzekere bestaan houvast vonden bij een eigen geconstrueerde werkelijkheid. Gevaren werden met rituelen tenietgedaan en alles wat angst inboezemde werd vergoddelijkt.' Belangrijk aan die heidense religieuze beleving was dat dit een collectieve ervaring was, in tegenstelling tot de christelijke leer waarin de persoonlijke overtuiging centraal staat. De kerk had niet veel op met het volksgeloof en zag er een bedreiging in. Vanuit die optiek schreven zij over heidense en bijgelovige gebruiken. Ironisch genoeg zorgden ze er op die manier voor dat we nu in ieder geval een beeld – zij het fragmentarisch en schimmig – hebben van de religieuze en magische wereld van de vroege middeleeuwers.

In de achtste-eeuwse lijst Indiculus superstitionum et paganiarum' staan dertig artikelen die Van der Tuuk heeft gebruikt om een beeld te schetsen van de vroegmiddeleeuwse belevingswereld. De lijst is mogelijk een inhoudsopgave van een niet overgeleverde tekst en geeft uiteindelijk niet veel weg van de inhoud van de opgesomde rituelen. Om daar enig zicht op te krijgen put de auteur uit tal van bronnen, opgetekend in een ruim geografisch gebied en in een lang tijdsbestek. Hij verklaart de oorsprong van woorden en gebruiken en grijpt daarbij regelmatig terug op gebruiken uit de Oudheid en de prehistorische tijd omdat sommige rituelen al sinds mensenheugenis in zwang waren.

 

Van der Tuuk beseft dat zijn onderzoek geen compleet overzicht biedt van de religieuze en magische gebruiken, maar het stelt hem wel in staat om enkele belangwekkende conclusies te trekken. Ten eerste dat het aardse bestaan van de vroege middeleeuwer volledig met het bovennatuurlijke verweven was. Ten tweede dat de verschillen tussen diverse geloven niet zo vanzelfsprekend waren als wij dat nu zien. Dat blijkt uit de verwevenheid van heidense en christelijke gebruiken. ‘Geestelijken verzetten zich weliswaar tegen afkeurenswaardige rituelen, maar geloofden wel in de werking ervan.’ Zij waren niet vrij van wat zij zelf als bijgeloof bestempelden.

Luit van der Tuuk
Indiculus, Heidense en bijgelovige rituelen uit de vroege middeleeuwen
Utrecht 2002
ISBN 978-94-0191-884-8
€ 23,50
272 pag.
Uitgeverij Omniboek

Bericht geplaatst in: recensie