1676. HET LAATSTE LEVENSJAAR VAN MICHIEL ADRIAENSZOON DE RUYTER

Geplaatst op 21 december 2025 door Reinard Maarleveld
1676. Het laatste levensjaar van Michiel Adriaenszoon de Ruyter
Door Ferdinand Bol, 1675, nmm.com, Publiek domein.

Graddy Boven beschrijft de ondergang en de onsterfelijkheid van onze laatste grote zeeheld.

In de serie Oud Goud, uitgegeven door Van Goor en Zonen, werden meesterwerken uit de wereldliteratuur op kindvriendelijke wijze naverteld. Zo maakte ik rond 1965 kennis met onder meer Daniel Defoe, Lewis Caroll, Walter Scott, Harriet Beecher Stowe, Miguel de Cervantes. Er was ook een reeks Oud Goud-boeken gewijd aan vaderlandse helden, waaronder Reinaart de Vos, Willem van Oranje en Michiel Adriaansz. de Ruyter.

P. (Pieter) de Zeeuw J. Gzn (1890-1968) schreef een groot aantal delen uit deze serie. Pieter was een protestants-christelijke onderwijzer met een talent voor verhalen vertellen. Hij werd uiteindelijk hoofd van een gereformeerde school in Nijkerk maar was ook een kinderboekenschrijver met een enorme productie.Wat was er nu zo aantrekkelijk aan de serie Oud Goud, speciaal de deeltjes over grote namen uit de vaderlandse geschiedenis?

Wanneer je begon te lezen was het al snel duidelijk dat de hoofdpersoon een held was. Reinaart was vooral niet de nietsontziende oplichter, moordenaar en vleier en verkrachter die je ook uit het originele werk tevoorschijn kunt laten komen. Hij was een slimmerik die de zwakheden in anderen blootlegde en daarmee zijn volkomen onschuldige huid wist te redden. Willem de Zwijger werd neergezet als de onbaatzuchtige strijder voor vrijheid van geweten en geloof en daarvoor, en voor het lieve vaderland, zijn leven gaf. Getroffen door kogels, afgevuurd door een eerloze verrader, stervend op de trappen van de Delftse Prinsenhof, wist hij nog (weliswaar in het Frans) een gebed te prevelen voor zijn ziel maar vooral voor 'dit arme volk.'

En Michiel de Ruyter was de onvermoeibare strijder voor het vaderland ter zee. Dapper (gevreesd aan alle Europese hoven) , inventief (je dek met boter insmeren), gehoorzaam en geniaal (schijnbaar onmogelijke opdrachten voerde hij zonder morren succesvol uit) en nederig (tegen zijn zin werd hij tot aanvoerder van de vloot benoemd). En bovenal: gelovig maar tolerant. 'Bestevaer' was de ware gereformeerde religie toegedaan maar zonder de bijbehorende calvinistische scherpslijperij.

Dat Goud van Oud-beeld kwam weer naar boven toen ik 1676 van Graddy Boven las. Niets ten nadele van deze auteur. Hij heeft grondig werk gedaan en alle feiten van de laatste reis van Michiel de Ruyter nog eens op een rij gezet. Elke bladzijde is voorzien van fraaie illustraties. Ik denk dat er vooral gezocht is naar afbeeldingen uit de 17e eeuw, aangevuld met materiaal uit de18e en 19e eeuw. Opvallend zijn de mooie tekeningen van illustrator Jack Staller (1942 - 2024).

Het verhaal in een notedop. Michiel de Ruyter is al op gevorderde leeftijd (hij werd onderweg 69 jaar) als hij de opdracht krijgt om, samen met een Spaans eskader, Napels en Sicilië (dan in Spaanse handen) te verdedigen tegen een Franse vloot onder leiding van admiraal Abraham Duquesne. De Ruyter is om verschillende redenen niet blij met de opdracht. Allereerst krijgt hij te weinig schepen mee, ook nog eens in niet al te beste staat. Daarnaast is hij geen opperbevelhebber van de gezamenlijke Spaans-Nederlandse vloot maar is hij afhankelijk van Spaanse autoriteiten die elkaar onderling ook nog eens tegenwerken.

In een zeeslag voor de Siciliaanse oostkust, ter hoogte van de Etna (Agosta) raakt De Ruyter zwaargewond aan beide benen door een kanonskogel (22 april 1676). Na een week overlijdt hij op zijn schip (29 april 1676) in de baai van Syracuse. Daar wordt besloten het lichaam te balsemen en mee terug te nemen naar Holland en 'de ingewanden' in Syracuse te begraven. Dat balsemen is een behoorlijke klus want de Ruyter heeft "een seer corpolent Lichaam (p. 73)". Uiteindelijk wordt het restant van de Spaans-Nederlandse vloot door de Fransen verslagen bij Palermo (2 juni 1676). Bevelhebber Callenburgh krijgt dan orders uit Den Haag om terug te keren en dat is dan het roemloze einde van de missie.

Graddy Boven maakt er wel een spannend verhaal van (al weet je natuurlijk de uitkomst al) met veel details over bewapening, de gevechtstactieken, de schepen, de bemanning en de kapiteins. Je ruikt af en toe de kruitdampen. Er is een handig chronologisch overzicht, een literatuurlijst en verschillende bijlagen met onder meer een brief van De Ruyter aan stadhouder Willem III en een brief van predikant Theodorius Westhovius (hij stond aan het sterfbed), over de laatste dagen van De Ruyter, gericht aan de eerste biograaf van De Ruyter, Gerard Brandt.

Westhovius schrijft: "Ik sal dan om UE. begeerte te voldoen alleen verhalen hoe christelik en godsalig de groote zeevoogt uijt dese werelt gescheiden is." (p.136). En christelijk en godzalig moet het geweest zijn want De Ruyter is al biddend aan de Grote Reis begonnen, als we Westhovius mogen geloven. "Wanneer ik (Westhovius) des anderen dags bij ’t verband seijde, mijn Heer, de pijn is groot, en ’t smert (mij) u in sulke smerte te sien (want all de versche wonden en ’t rechterbeen, daer beide pijpen in gebroken waren wierden met brandewijn gesuijvert). Ach seijde dien vromen helt aen dit catijwig (armzalig) lichaem is wijnig gelegen, daer de kostelike siele behouden wert. Mijn pijn is niet te agten bij de onspreekelike smert en smaat, die Jesus, des werelts heiland onschuldig geleden heeft, opdat hij ons van de eeuwige pijn soude bevrijden, ende met geluksalige vreugde vervullen."(p. 136).

Westhovius schrijft verontwaardigd dat vanuit Syracuse priesters het gerucht hebben verspreid dat De Ruyter zich vlak voor zijn dood zou hebben bekeerd tot het katholicisme. Onzin, zegt Westhovius want het volgende is er gebeurd. Na het besluit om de ingewanden van De Ruyter ter plekke te begraven raadpleegt het stadsbestuur van Syracuse de plaatselijke priester want hij moet toestemming geven omdat katholieke begraafplaatsen immers gewijde grond zijn. Maar, zo laat de geestelijke weten, om de protestantse ingewanden van de admiraal te kunnen begraven in gewijde grond is toestemming van de paus nodig. Daar wilden we niet op wachten, zegt Westhovius en hij voegt er fijntjes aan toe dat een rechtgeaard protestant ook geen behoefte heeft aan de rituelen van de moederkerk: "Want de Roomse Geestelike in hun volle swier en overtollige ceremonien te sien, baert eer afkerigheit, als lust tot haer saken (...)." (p.136).

Het beeld dat Graddy Boven van De Ruyter in 2025 schetst wijkt niet zo veel af van het beeld dat Pieter de Zeeuw in 1955 schetste. "Zijn leidingevende stijl inspireerde. Dat was waar de Ruyter goed in was dankzij zijn ervaring, empatisch vermogen, kennis van de vijand, overredingskracht en natuurlijk overwicht. (...) Na elke zeeslag vond De Ruyter lichamelijke en geestelijke kracht om van alle inspanningen te bekomen en verliezen te dragen. Hij vertrouwde en leefde dan ook oprecht naar Gods gebod." (p. 121). Conclusie: dan moeten we er als lezer toch maar op vertrouwen dat Michiel De Ruyter onze laatste Grote Held is.

Tot slot: wel jammer dat Graddy Boven nauwelijks ingaat op de binnenlandse tegenstellingen in de Republiek in deze jaren. De Ruyter kon het goed vinden met de gebroeders De Witt (vermoord in 1672) en was bepaald geen vriend van stadhouder Willem III. En dat was wederzijds, want Willem III ontbrak op de grootse uitvaart van de zeeheld in Amsterdam en de weduwe van De Ruyter verzon een smoesje om de plaatsvervanger van de prins, Constantijn Huygens jr., niet te hoeven ontvangen. In het kamp van 'de Staatsgezinden' was het gevoel dat Willem doelbewust de grote admiraal op een zelfmoordmissie had gestuurd. Wat denkt de auteur daarvan? Voor Michiel de Ruyter maakte het niet uit, hij was klaar om te gaan. Zoals Westhovius schrijft: "Aldus Christelik bereid sijnde, soo is dien grooten ende wijtberoemd zeehelt soo van dapperheit, voorsigtigheit, als godvruchtigheit en deugt den 29. April 1676 op woensdag des avonts tuschen 9 en 10, seer sagt ende godsalig in den Heere ontslapen." (137). Amen.

1676. Het laatste levensjaar van Michiel Adriaenszoon de Ruyter
Graddy Boven
Walburg pers 
ISBN 9789464566451
Hardback
144 pagina's
€ 29,99

 

 

Bericht geplaatst in: boekrecensie